Belanghebbende en de Inspecteur zijn in hoger beroep gekomen tegen uitspraken van de rechtbank Gelderland over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2011, 2013 en 2014. De kern van het geschil betreft de kwalificatie van toename van schuldposities als uitdeling, de terbeschikkingstelling van onroerend goed en de vraag of een pensioenaanspraak voorwerp van zekerheid is geworden.
Het hof oordeelt dat de toename van de schuldpositie in 2011 en 2013 terecht als uitdeling is aangemerkt en tot het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang behoort. De door belanghebbende gestelde onttrekking ten tijde van het ter leen verstrekken wordt verworpen omdat sprake is van een reële schuldpositie. De terbeschikkingstelling van het onroerend goed aan een vennootschap wordt niet aanvaard, omdat de vennootschap slechts een intermediaire rol vervult zonder feitelijke beschikkingsmacht.
Voor het jaar 2014 vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van belanghebbende gegrond. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €102.589. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de schuldpositie in 2014 is prijsgegeven en dat de pensioenaanspraak in dat jaar voorwerp van zekerheid is geworden. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.