Uitspraak
Ontnemingsperiode
3.Ter beschikking staande gegevens
6.Wederrechtelijk verkregen voordeel
Hof] betrok de elektriciteit op illegale wijze en door
Hof] betrok de elektriciteit op illegale wijze en door
Hof] verklaarde dat hij een glazenwasserij en schoonmaakbedrijf heeft. Dit zou een eenmanszaak betreffen. Verdachte verklaarde dat hij tot mei 2016 een espresso lounge had maar deze van de hand heeft gedaan. Verdachte [belanghebbende,
Hof] verklaarde dat hij in het bezit is van twee voertuigen en een motor. Dit betreffen een Fiat 500 en een Landrover Discovery. De motor betreft van het merk BMW. Verdachte verklaarde alle voertuigen te leasen. Verdachte [belanghebbende,
Hof] verklaarde tevens dat de hypotheek op zijn woning 800.000,= Euro betrof en deze lasten samen met zijn ex-vrouw betaald werden.
2.4 Niet doen van de vereiste aangifte
Omzet 2015
€ 25.451 -/-
€ 25.285
Hof] en voor feit 2 de periode van 2 maart 2015 tot en met 12 december 2017 bewezen worden verklaard.
kosten knippers (605 x € 0,21) € 127,05
kosten knippers (378 x € 0,21) € 79,38
€ 67.333,50 -/-
€ 42.720,60 -/-
€ 1.274.632,26.
€ 637.316,13.
Hof] vermelde brieven ter motivering van het bezwaar tegen de navorderingsaanslag, (…), laat geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende daarmee te kennen gaf bezwaar te hebben tegen de aanslag en de beschikkingen. Daarom had de Inspecteur, in het licht van de hiervoor in onderdeel 2 weergegeven feiten, de desbetreffende brieven mede moeten aanmerken als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag en de beschikkingen (als bedoeld in artikel 9.6 Wet IB 2001).[1]
Hof] vermelde beroep was de hiervoor bedoelde termijn van acht weken ruimschoots verstreken. De Rechtbank had naar aanleiding van de klachten van belanghebbende over de door de Inspecteur toegepaste correctie van het belastbare inkomen uit werk en woning en over de boete dan ook moeten onderzoeken of het beroep van belanghebbende op de voet van artikel 6:12 Awb Pro, mede gelet op het bepaalde in lid 3 van dat artikel, in behandeling moet worden genomen als een beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag en de beschikkingen. Dat heeft de Rechtbank ten onrechte niet gedaan. Het Hof had niet voorbij mogen gaan aan de door belanghebbende in hoger beroep daarover aangevoerde klachten. Middel 2 slaagt daarom ook in zoverre.
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, maar uitsluitend voor zover daarin een beslissing ontbreekt over het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag, de boetebeschikking en de beschikking inzake belastingrente;
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- verklaart het hoger beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag, de boetebeschikking en de beschikking inzake belastingrente ongegrond;
- handhaaft de aanslag zoals deze door de Inspecteur ambtshalve is verminderd;
- handhaaft de dienovereenkomstig door de Inspecteur vastgestelde beschikking inzake belastingrente;
- handhaaft de boetebeschikking zoals deze door de Inspecteur ambtshalve is verminderd;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1.868; en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 134 aan griffierecht te vergoeden.