ECLI:NL:HR:2011:BU1988
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte hernieuwde beoordeling bij voorwaardelijk opzet belastingboete
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 aanslagen en boetes opgelegd wegens onjuiste belastingaangiften. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de boetes, waarna het Gerechtshof te 's-Gravenhage het beroep ongegrond verklaarde. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam met instructies.
Na een tweede vernietiging door de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Dit hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boetes en verminderde deze. Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in.
De kern van het geschil betrof de vraag of het hof terecht geen volledig nieuw onderzoek deed naar het voorwaardelijk opzet van belanghebbende, mede gebaseerd op een getuigenverklaring van diens broer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verwijzingsopdracht juist had geïnterpreteerd en dat geen aanleiding was tot hernieuwd onderzoek, omdat belanghebbende geen nieuwe feitelijke stellingen had ingebracht.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees het oordeel van het hof goed, waarmee de eerdere boetebeschikkingen en het oordeel over het voorwaardelijk opzet standhouden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd.