Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, verweer en bewijsoverwegingen
hij, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 10 mei 2013 te [plaats] , met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 2004, handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , namelijk het: betasten van en/of wrijven over de borsten en/of de vagina van die [benadeelde] en/of brengen van zijn, verdachtes, penis tegen en/of in de vagina van die [benadeelde] en/of brengen en/of houden van een of meer vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde] ;
hij, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 10 mei 2013 te [plaats] , met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [benadeelde] (geboren op [geboortedatum] 2004), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het: betasten van en/of wrijven over de borsten en/of de vagina van die [benadeelde] en/of brengen van zijn, verdachtes, penis tegen de vagina en/of de schaamlippen van die [benadeelde] en/of brengen en/of houden, van een of meer vinger(s) tegen de vagina en/of de schaamlippen van die [benadeelde] .”
hij, in de periode van 1 mei 2013 tot en met 10 mei 2013 te [plaats] , met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 2004, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , namelijk het: betasten van de borsten en de vagina van die [benadeelde] en brengen en/of houden van een of meer vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde] ”
[aangeefster]:
[betrokkene 3]:
[benadeelde]:
Bewijsminimum
Bewijsoverwegingen
Ten aanzien van het bewijsminimum
Partiële vrijspraak
3.Beoordeling van de middelen
Het tweede middel
de auditu-verklaring levert op zichzelf niet voldoende steunbewijs op. [5] Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de
de auditu-getuige persoonlijk heeft gedaan voldoende steunbewijs opleveren. Ook kunnen eigen waarnemingen van getuigen, die weliswaar niet het kernverwijt, bijvoorbeeld de verweten seksuele handelingen, bevestigen, binnen de context van de gebeurtenissen voldoende zelfstandig onderscheidend zijn om als objectief gegeven in combinatie met andere omstandigheden een rol van betekenis kunnen spelen als steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer. [6] Niet is vereist dat het steunbewijs betrekking dient te hebben op de ten laste gelegde gedragingen. [7] Eveneens is niet vereist dat het steunbewijs rechtstreeks de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit bevestigt. [8] Opmerking verdient nog dat het bij de in cassatie aan te leggen toets of aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. [9]
disclosureop 20 juni 2013 tegen haar heeft gezegd: “mama, er is wat gebeurd, maar ik durf het niet te zeggen”, waarna [benadeelde] aan [aangeefster] heeft verteld over het seksueel misbruik (bewijsmiddel 1). Hieruit kan worden afgeleid, zoals het hof niet onbegrijpelijk heeft gedaan, dat [benadeelde] kennelijk niet eerder heeft gedurfd aan [aangeefster] te vertellen wat er op 4 mei 2013 is gebeurd.