Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1262

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
21/03363
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zedenzaak ontucht met minderjarige

In deze zaak stond een 48-jarige verdachte terecht voor ontucht met een 9-jarig meisje tijdens een logeerpartij, zoals omschreven in artikel 244 Sr Pro. Het gerechtshof Den Haag had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in met betrekking tot het seksueel binnendringen en voerde aan dat het bewijsminimum volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis) niet was gehaald.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De verklaring van het slachtoffer vond voldoende steun in het overige bewijsmateriaal. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat dit niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het beroep in cassatie is derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 20 september 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor ontucht met een minderjarige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03363
Datum20 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 augustus 2021, nummer 22-001231-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 september 2022.