ECLI:NL:HR:2009:BG7746
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende bewijs bij enkelvoudige getuigenverklaring
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld voor het seksueel binnendringen van het slachtoffer in december 1995, waarbij het hof de bewezenverklaring baseerde op verklaringen van het slachtoffer en ondersteunende bewijsmiddelen. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 342 lid 2 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend mag steunen op de verklaring van één getuige. In deze zaak steunt de bewezenverklaring voor feit 3 echter alleen op de verklaring van het slachtoffer, terwijl de overige bewijsmiddelen onvoldoende steun bieden. Hierdoor is de bewezenverklaring niet met redenen omkleed volgens de wettelijke eis.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op feit 3, de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor het tenlastegelegde feit 3 wegens onvoldoende bewijs en verwijst de zaak terug naar het hof.