ECLI:NL:RBNHO:2014:8422
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M. Nusselder
- M. Daalmeijer
- M.A.H. van der Woude
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van voldoende bewijs bij ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van meerdere ontuchtige handelingen met een minderjarige, waaronder seksueel binnendringen, gepleegd in de periode van 21 tot en met 25 mei 2013 te Haarlem.
De tenlastelegging bestond uit diverse handelingen zoals tongzoenen, kussen, zuigen aan de borsten, en penetratie. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring van deze feiten, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs uitsluitend bestond uit de verklaring van het slachtoffer, zonder dat er aanvullend, onafhankelijk bewijs was dat deze verklaring ondersteunde. De verklaringen van getuigen waren allen indirect afkomstig van het slachtoffer en boden geen eigen waarnemingen die het bewijs konden versterken.
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat bewijs niet uitsluitend op één getuige mag berusten, concludeerde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde zij de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen met een minderjarige.