ECLI:NL:PHR:2019:819
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging doodslag met mes en erkent schending redelijke termijn
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag door het slachtoffer meermalen met een mes te steken in de rug, borst en buik. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en een forensisch medisch rapport waarin de ernst en locatie van de steekwonden werden beschreven.
De verdediging voerde aan dat het bewijs voor voorwaardelijk opzet onvoldoende was, onder meer omdat de diepte en kracht van de steken niet duidelijk waren en sommige wonden oppervlakkig leken. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof de bewijsmiddelen voldoende gemotiveerd had en dat het gedrag van de verdachte, het meermalen steken op vitale plekken tijdens een worsteling, wijst op het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer.
Daarnaast werd vastgesteld dat de inzendtermijn van het cassatieberoep met ongeveer een maand was overschreden, wat een schending van de redelijke termijn inhoudt. Dit leidt tot een passende strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging doodslag en vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging wegens schending van de redelijke termijn.