ECLI:NL:HR:2011:BP1142
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over poging doodslag met voorwaardelijk opzet
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag. Het Hof had vastgesteld dat verdachte het slachtoffer met een mes in de buik had gestoken, 5 cm onder de ribbenboog, en hieruit voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer had afgeleid.
De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering niet onjuist of onbegrijpelijk was, aangezien de kans op overlijden door deze steek volgens algemene ervaringsregels aanmerkelijk is en verdachte deze kans willens en wetens heeft aanvaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden leiden.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden doordat de stukken te laat door het Hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de straf en wees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting en afdoening binnen de aangepaste strafmaat. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het voorwaardelijk opzet en vermindert de gevangenisstraf tot 23 maanden wegens termijnoverschrijding.