Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
Wij, verbalisanten, zijn gaan kijken bij het perceel [b-straat 1] te Almelo. In de woning brandde licht en wij zagen via het raam aan de voorzijde dat er een manspersoon op de grond lag. Op aankloppen werd niet gereageerd. Via de achterdeur hebben wij de woning betreden en zagen daar een manspersoon liggen op de grond. De man had een bebloed hoofd en naast hem lag een plas bloed. De man ademde normaal en werd op ons aanspreken wakker en wist niet wat er gebeurd was. Wij zagen dat op de rugzijde van de jas van de man bloed zat.
De man werd afgevoerd met de ambulance met in ieder geval een hoofdwond en een wond bij zijn oor. Later kwam er bericht van het ziekenhuis dat de man ook een steekwond in zijn rug had. Ook kwam er bericht door van de meldkamer dat een man zich telefonisch had gemeld als zijnde de dader van het voorval aan de Irisstraat.
Ik heb toen op een gegeven moment een mes gepakt uit de keuken van [betrokkene 4]. Ik denk dat dit vijf minuten is geweest, nadat ik de politie had gebeld. Ik weet dat het snijvlak van het mes 20 tot 25 centimeter was met een houten handvat. Het was een vleesmes. Ik heb dit mes toen direct in mijn rechterbroekzak gestopt. Ik ben toen met een flinke pas van de [c-straat 1] naar de [b-straat 1] gelopen. Ik ben via de poort aan de zijkant van de woning naar mijn scooter achter de woning van [betrokkene 1] gelopen. Ik heb toen mij scooter gepakt en ben er mee naar de kruising, bij [betrokkene 1] zijn huis, gelopen. Ik heb daar mijn scooter midden op de kruising gezet en gestart. Ik ben toen weer naar de woning van [betrokkene 1] gelopen en heb op het voorraam geklopt. Ik zag dat [betrokkene 1] toen de voordeur opendeed met een woest gezicht. Ik zag dat hij zijn rechtervuist gebald in de lucht naar mij ophief. Ik heb toen direct het mes uit mijn rechterbroekzak gepakt en [betrokkene 1] hiermee één keer gestoken. [betrokkene 1] liep, rende, vloog of strompelde naar zijn keuken. Toen [betrokkene 1] bij de keukentafel was heb ik hem vanachter een klap met mijn rechterhand tegen zijn rechterslaap gegeven. Ik zag dat [betrokkene 1] inderdaad op de grond viel. Toen zag ik ook dat er bloed uit de mond van [betrokkene 1] liep. Toen besefte ik ook pas dat ik hem had geraakt met het mes. Ik schrok hier van en ben naar buiten gelopen en heb het mes weer in mijn rechterbroekzak gestopt. Ik heb mijn scooter gepakt en ben naar het huis van [betrokkene 4] gereden. Ik heb het mes waarmee ik [betrokkene 1] had neergestoken achter de bank bij de keuken neergegooid.
3.Slotsom
4.Beslissing
22 april 2014.