Conclusie
18/02313parketnr. CW 2016/107
1.Feiten en procesverloop
2.Inleidende beschouwingen
lex specialis) is getroffen in de artikelen 821 – 826 Rv [25] . Ook Schaafsma-Beversluis gaat om deze reden ervan uit dat een voorlopige voorziening op grond van art. 223 Rv Pro niet kan worden getroffen in de scheidingsprocedure: een overeenkomstige toepassing van art. 223 Rv Pro is niet aan de orde omdat de aard van de zaak zich hiertegen verzet [26] . Nauta maakt nog onderscheid tussen de in art. 822 en Pro 823 Rv genoemde voorlopige voorzieningen en andere, tussen scheidende echtgenoten mogelijk in aanmerking komende voorlopige maatregelen:
daarbuitende mogelijkheid van een voorlopige voorziening in de verzoekschriftprocedure heeft willen uitsluiten. Dat oordeel, hoe duidelijk op zichzelf ook, geeft geen uitsluitsel over het antwoord op de vraag of
binnen de regeling van de scheidingsprocedure als bedoeld in art. 821 – 826 Rvruimte bestaat voor een voorlopige voorziening op de voet van art. 223 lid 1 Rv Pro.
lex specialis) verhoudt tot de algemeen geldende regel van art. 223 Rv Pro, lijkt niemand te betwisten en ligt ook mijns inziens voor de hand. De discussie spitst zich toe op de vraag of – en, zo ja, in welke gevallen – toepassing van de algemene regel in art. 223 Rv Pro de bijzondere regeling in art. 821 – 826 Rv doorkruist. De meest resolute oplossing is die van het gerechtshof Amsterdam, dat iedere toepassing van art. 223 Rv Pro uitsluit in een scheidingsprocedure als bedoeld in art. 821 – 826 Rv. In die strikte rechtsopvatting zal zich nooit de situatie kunnen voordoen dat toepassing van de algemene regel van art. 223 Rv Pro de bijzondere regel doorkruist.