ECLI:NL:HR:2012:BV1029
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt termijn aanvang kracht van gewijsde echtscheidingsbeschikking bij hoger beroep
De vrouw en de man zijn gehuwd en hebben een minderjarig kind. Na hun scheiding is een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vrouw is bepaald. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde de hoofdverblijfplaats bij de man. Het hof bekrachtigde deze beschikking in hoger beroep.
De vrouw stelde in cassatie dat de echtscheidingsbeschikking kracht van gewijsde had gekregen omdat er geen grieven tegen de echtscheiding zelf waren gericht in hoger beroep, waardoor de termijn van zes maanden voor inschrijving van de beschikking was gaan lopen. Zij betoogde dat het hof het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
De Hoge Raad verwierp dit betoog en bevestigde dat de termijn van art. 1:163 lid 3 BW Pro pas begint te lopen nadat de appelbeschikking waarin de echtscheiding wordt bevestigd in kracht van gewijsde is gegaan. Dit voorkomt onwenselijke situaties waarbij inschrijving zou moeten plaatsvinden terwijl nog procedures lopen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de termijn van art. 1:163 lid 3 BW pas begint na het in kracht van gewijsde gaan van de appelbeschikking.