ECLI:NL:PHR:2015:304
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade en bedreiging
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, met een gevangenisstraf van zestien maanden waarvan zes voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor een jaar. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest met vier middelen.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer het verzoek van de verdediging om bepaalde verbalisanten en een deskundige als getuigen op te roepen, maar oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast en dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd. Tevens werd vastgesteld dat de feiten waarvoor verdachte werd veroordeeld zich niet afspeelden op de locatie waar het geschil over de toedracht speelde, waardoor het verzoek geen belang had.
De Hoge Raad ging uitvoerig in op het bewijs van voorbedachten rade, waarbij werd bevestigd dat het hof voldoende motivering had gegeven dat verdachte tijd had om zich te beraden en niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling handelde. Diverse arresten werden besproken ter illustratie van de jurisprudentie over voorbedachten rade. De Hoge Raad oordeelde dat het vierde middel, dat klaagde over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, gegrond was en leidde tot vermindering van de straf. De overige middelen faalden. De veroordeling bleef in stand met een strafvermindering wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.