Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het derde middel
3.Slotsom
4.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een moord gepleegd op 1 maart 2010 te 's-Hertogenbosch waarbij de verdachte het slachtoffer met voorbedachte raad heeft gedood. Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen op het slachtoffer had geschoten, wat leidde tot diens overlijden.
De Hoge Raad benadrukt dat voorbedachte raad inhoudt dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden en niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling heeft gehandeld. Het hof had geoordeeld dat de verdachte gelegenheid tot beraad had tijdens korte momenten vlak voor het schieten, maar dit oordeel was onvoldoende gemotiveerd gezien de korte tijdsspanne van 58 seconden waarin het gehele gebeuren plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met mogelijke contra-indicaties en dat de bewijsvoering niet uitsluit dat het voornemen van de verdachte slechts gericht was op het eerste schot. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest wat betreft de bewezenverklaring en strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest deels en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van voorbedachte raad en strafoplegging.