Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
- de akte uitlating na tussenarrest van de afnemer;
- de antwoordmemorie na tussenarrest van Dexia.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak, die voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd behandeld, gaat het om een hoger beroep van Dexia Nederland B.V. tegen een eerdere uitspraak van de kantonrechter. De zaak betreft een effectenleaseovereenkomst die tot stand is gekomen via een tussenpersoon, NBG Finance, die niet over de vereiste vergunning beschikte. De afnemer, die als eiser in conventie en verweerder in reconventie optrad, vorderde schadevergoeding van Dexia, stellende dat Dexia onrechtmatig had gehandeld. De kantonrechter had de vordering van de afnemer toegewezen en Dexia veroordeeld tot schadevergoeding van € 6.737,56, vermeerderd met wettelijke rente. Dexia ging in hoger beroep en voerde aan dat de afnemer niet-ontvankelijk was in zijn vorderingen omdat hij gebonden zou zijn aan de Duisenbergregeling. Het hof oordeelde dat de afnemer zich tijdig had onttrokken aan deze regeling en dat zijn vorderingen ontvankelijk waren. Het hof behandelde vervolgens de vraag of de tussenpersoon vergunningplichtig advies had gegeven en of Dexia hiervan op de hoogte was. Het hof concludeerde dat Dexia wist of moest weten dat de tussenpersoon de afnemer had geadviseerd zonder de benodigde vergunning, en dat Dexia daardoor onrechtmatig had gehandeld. Het hof bekrachtigde de uitspraak van de kantonrechter en veroordeelde Dexia tot betaling van de proceskosten van de afnemer.