De zaak betreft een geschil over de aansprakelijkheid van een indirect bestuurder van een BV die namens de vennootschap een ongesecureerde lening verstrekte aan een andere BV die failliet ging. Pluvezo vordert betaling wegens onbehoorlijk bestuur, terwijl de verweerders zich beroepen op verjaring van de vordering.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de verjaring was ingetreden omdat de stuitingshandelingen niet tijdig waren verricht. De brief van 11 september 2008 werd niet als stuitingshandeling erkend omdat deze niet ondubbelzinnig verwees naar een vordering uit onbehoorlijk bestuur.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de brief van 11 september 2008 niet in samenhang met de e-mail van 18 april 2008 en andere correspondentie is beoordeeld. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom de correspondentie niet aan de statutair bestuurder was gericht. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het hof.
De Hoge Raad benadrukt dat bij de beoordeling van stuiting van verjaring niet alleen de brief zelf, maar ook de context en overige omstandigheden van belang zijn. De zaak wordt verwezen voor nadere motivering en beoordeling van de stuitingshandeling en de aansprakelijkheid van de bestuurders.