Uitspraak
8 maart 2021, 20/4170 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant reisde met toestemming naar Egypte en kon vanwege de coronapandemie en een vliegverbod niet tijdig terugkeren, waardoor hij langer dan vier weken buiten Nederland verbleef. Het college trok daarop de bijstand over die periode in, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant voerde aan dat er sprake was van een acute noodsituatie en zeer dringende redenen om bijstand te verlenen.
De Raad overwoog dat het begrip 'acute noodsituatie' ruimer moet worden uitgelegd dan voorheen, maar nog steeds een extreme situatie vereist. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zijn situatie daaraan voldeed. De coronapandemie was weliswaar uitzonderlijk, maar leverde voor appellant geen levensbedreigende of ernstige psychische of lichamelijke noodsituatie op.
Ook het argument dat het recht op gezinsleven zwaarder weegt, werd verworpen omdat dit niet relevant is voor de beoordeling van de acute noodsituatie. Verder is het niet de bedoeling van de wetgever dat artikel 16 PW Pro als algemene ontsnappingsclausule voor coronagerelateerde problemen dient. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.