ECLI:NL:CRVB:2019:307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling misbruik van recht bij aanvragen bijzondere bijstand en buiten behandeling stellen
Appellante ontvangt bijstand en heeft meerdere aanvragen om bijzondere bijstand ingediend voor kosten zoals griffierecht en eigen bijdragen, waarvan het college een deel buiten behandeling stelde wegens het niet aanleveren van het ingevulde aanvraagformulier Minimaregeling en gevraagde bewijsstukken.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten grotendeels ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van misbruik van recht, ondanks het grote aantal procedures dat appellante voerde. Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze uitspraken, stellende dat er wel misbruik van recht was.
De Raad overweegt dat zwaarwichtige gronden vereist zijn om niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht te verklaren en dat het aantal procedures op zich geen misbruik oplevert. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellante geen misbruik van recht heeft gemaakt.
Wel vernietigt de Raad een besluit van het college dat een aanvraag buiten behandeling stelde na het verstrijken van de beslistermijn zonder de aanvrager de mogelijkheid te geven de aanvraag aan te vullen, in strijd met artikel 4:5 Awb Pro. De aanvraag wordt afgewezen, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en reiskosten van appellante.
Verder wijst de Raad de verzoeken om vergoeding van wettelijke rente af en bevestigt de overige aangevallen uitspraken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van een besluit wegens strijd met artikel 4:5 Awb, de aanvraag wordt afgewezen, overige beroepen worden bevestigd en misbruik van recht is niet vastgesteld.