ECLI:NL:RVS:2014:4135
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken en verkeersboetes
De zaak betreft zeven beroepen van appellant tegen het niet tijdig nemen van besluiten op verzoeken om openbaarmaking van documenten over verkeersboetes, vaststelling van dwangsommen en bezwaren tegen dergelijke besluiten. De rechtbank Rotterdam verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellant en zijn gemachtigde een overmatige hoeveelheid gestandaardiseerde Wob-verzoeken en ingebrekestellingen hadden ingediend met als doel dwangsommen te incasseren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze in strijd is met procedurele regels omtrent zitting en uitspraak. De Afdeling bevestigt echter het oordeel dat sprake is van misbruik van recht. Dit misbruik blijkt uit het bewust indienen van Wob-verzoeken terwijl op grond van andere wettelijke bepalingen stukken konden worden opgevraagd, het herhaaldelijk indienen van identieke of overlappende verzoeken zonder plausibele reden, het gebruik van verkeerde of ontbrekende kenmerkgegevens, en het verzenden van correspondentie naar afwijkende adressen.
De Afdeling overweegt dat de bevoegdheid om Wob-verzoeken in te dienen niet kan worden ingeroepen indien deze wordt misbruikt met het doel om dwangsommen en proceskostenvergoedingen te incasseren. Dit geldt ook voor het instellen van beroepen bij de bestuursrechter die voortbouwen op deze verzoeken. De handelwijze van de gemachtigde, die op no cure no pay-basis werkt en waarbij dwangsommen deels aan hem worden betaald, wijst op kwade trouw. De beroepen worden daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling oordeelt dat deze beperking van toegang tot de rechter proportioneel is en niet in strijd met het EVRM of het Handvest van de EU. Tot slot wordt het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht; het griffierecht wordt terugbetaald.