ECLI:NL:CRVB:2016:295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bekorting loonsanctieperiode door UWV
Appellant, voormalig salesmanager, diende een WIA-uitkering in na arbeidsongeschiktheid. Het UWV legde een loonsanctie op aan zijn werkgever wegens onvoldoende re-integratie, maar bekortte deze periode ten onrechte met terugwerkende kracht. De rechtbank vernietigde het besluit wegens procedurele fouten maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij schadevergoeding werd afgewezen.
In hoger beroep erkende het UWV de onrechtmatigheid van het bekortingsbesluit en stelde een heroverweging vast. De Raad beoordeelde het verzoek om schadevergoeding en sloot aan bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. De Raad oordeelde dat appellant recht heeft op vergoeding van loonschade, vakantiegeld, pensioenschade en gemiste vakantie-uren over de periode van 25 juli 2012 tot en met 30 november 2012.
De Raad stelde vast dat appellant gedurende ziekte 100% loon ontving en dat het aannemelijk is dat dit ook zou zijn doorbetaald zonder het onrechtmatige besluit. De berekening van schade werd aangepast op basis van loonbetalingen en CAO-bepalingen. Uiteindelijk werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van een totaalbedrag van €8.654,59 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige bekorting van de loonsanctieperiode en in de proceskosten van appellant.