Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker] uit [woonplaats] (NH), verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
sales directorbij [bedrijfsnaam] B.V. (de werkgever). Hij ontving een salaris dat ruim boven het voor werknemersverzekeringen geldende maximum dagloon lag. Per 31 oktober 2016 heeft hij zich ziek gemeld. Gedurende de wettelijke wachttijd van twee jaar heeft de werkgever het loon van verzoeker doorbetaald. In het tweede ziektejaar is het doorbetaalde loon beperkt tot 70%. Verzoeker heeft tijdens de wachttijd verder de beschikking gehouden over bijkomende voorzieningen van zijn werkgever: zo mocht hij zijn leaseauto, laptop en smartphone blijven gebruiken.
policy. Daarin staat dat brandstof voor privégebruik in het buitenland niet mag worden gedeclareerd, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat gebruik van de tankkaart in Nederland (ook) voor privédoeleinden is toegestaan. Verzoeker heeft echter geen informatie uit zijn arbeidsovereenkomst of anderszins overgelegd waaruit blijkt welke afspraken er tussen hem en de werkgever op papier precies bestonden over het privégebruik van de leaseauto. Dat verzoeker op grond van zijn arbeidsovereenkomst of bijkomende afspraken het recht had om de leaseauto gedurende ziekte, en meer specifiek tijdens het derde ziektejaar, privé te mogen blijven gebruiken is zonder die informatie niet aannemelijk en blijkt ook niet uit het deel van de policy dat is overgelegd. Het lag gelet op de gevraagde schadevergoeding wel op de weg van verzoeker om hier inzicht in te verschaffen.
Inmiddels zijn wij in staat geweest om de op jou van toepassing zijnde policies en regelingen na te kijken op grond waarvan wij hierdoor kunnen bevestigen, dat de aan jou ter beschikking gestelde leaseauto onder de huidige omstandigheden gehandhaafd kan worden in geval van arbeidsongeschiktheid.”
Beslissing
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een schadevergoeding aan verzoeker van € 1.360,- vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 oktober 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;
- wijst het verzoek om schadevergoeding voor het overige af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan verzoeker te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 45,67.