ECLI:NL:CRVB:2015:446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig WIA-besluit door UWV
Appellant was sinds 10 november 2008 in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 53,3%. Na bezwaar verklaarde het UWV dit besluit op 23 juni 2009 ongegrond. Na een tussenuitspraak van de rechtbank en een nieuwe beslissing op bezwaar in juli 2012 werd appellant alsnog volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt geacht. De rechtbank verklaarde het besluit van 23 juni 2009 gegrond en vernietigde dit, en wees het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens het onrechtmatige besluit van 10 november 2008 en 23 juni 2009. De rechtbank kende een vergoeding van € 2.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en wees de overige materiële en immateriële schadeclaims af, omdat appellant geen concrete schadeposten had gespecificeerd of toegelicht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV zijn langdurige armoede en psychische en materiële ellende had veroorzaakt en verzocht om benoeming van een onafhankelijke mediator om de schade vast te stellen. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende concreet had gesteld welke schadeposten verband hielden met het onrechtmatige besluit en dat deze schade het UWV kon worden toegerekend.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de overige schadevergoeding en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 februari 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de gevorderde schadevergoeding wegens onrechtmatig WIA-besluit.