ECLI:NL:RBROT:2024:11530
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en voorlopige voorziening wegens misbruik van recht bij weigering VOG-aanvraag advocaat
Eiser heeft herhaaldelijk een verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd bij de staatssecretaris met het oog op het beroep van advocaat. Deze aanvragen zijn telkens afgewezen vanwege een strafblad dat onverenigbaar is met het uitoefenen van het advocatenberoep. Eiser heeft tegen deze afwijzingen meerdere keren beroep ingesteld, waarbij hij steeds in het ongelijk is gesteld. Daarnaast heeft eiser ook herhaaldelijk voorlopige voorzieningen gevraagd, die telkens zijn afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang of omdat de voorzieningenrechter niet bevoegd was om over de gevraagde procesbeslissingen te oordelen.
In de onderhavige zaak stelt de rechtbank vast dat eiser ondanks het aannemelijke bezit van het besluit tot afwijzing toch beroep instelt wegens niet tijdig beslissen, met het verzoek om een dwangsom en proceskostenveroordeling. Dit wordt gezien als misbruik van recht, mede omdat eiser met zijn inhoudelijke gronden een herhaling van zetten presenteert terwijl hij op grond van eerdere uitspraken had moeten begrijpen dat zijn aanvragen en beroepen kansloos zijn.
De rechtbank verklaart daarom zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. De rechtbank benadrukt dat de strafbare feiten in het verleden van eiser onverenigbaar zijn met het beroep van advocaat, omdat dit het vertrouwen van cliënten en de samenleving in de betrouwbaarheid van advocaten schaadt.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. A. Dingemanse en de griffier mr. R. Stijnen, waarbij geen ondertekening heeft plaatsgevonden. Tegen het vonnis in de hoofdzaak staat verzet open, terwijl tegen de beslissing op de voorlopige voorziening geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.