ECLI:NL:RVS:2016:2730
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht bij betalingsonmacht
Appellant stelde de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Na een niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank wegens het niet betalen van griffierecht, stelde appellant hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank de bronheffing (de bestuursrechtelijke premie ingehouden op het inkomen) ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten bij de beoordeling van het beroep op betalingsonmacht. Volgens vaste rechtspraak kan een rechtzoekende die een inkomen onder 90% van de bijstandsnorm heeft en geen vermogen, niet in verzuim zijn bij het niet betalen van griffierecht.
De Afdeling benadrukt dat het voldoen aan het criterium van betalingsonmacht in één procedure niet automatisch betekent dat dit in alle procedures geldt, vooral niet bij misbruik van recht. De rechtbank moet beoordelen of sprake is van misbruik, bijvoorbeeld door het veelvuldig starten van procedures met een beroep op betalingsonmacht.
De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling, waarbij ook de proceskosten van het hoger beroep worden vastgesteld. De griffier van de Afdeling heeft appellant voorlopig vrijgesteld van griffierecht, zodat geen vergoeding van griffierecht aan appellant wordt toegekend.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van betalingsonmacht en misbruik van recht.