Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2024 in de zaak tussen
[Naam], uit [Plaats] , eiser,
de Minister voor Rechtsbescherming, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis opgelegd en drie maatregelen van schadevergoeding ter hoogte van elk € 100,- bij niet voldoen, twee dagen gijzeling. Deze uitspraak is op
29 september 2022 onherroepelijk geworden.
€ 600,- subsidiair 12 dagen hechtenis waarvan € 450,- subsidiair negen dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze proeftijd is geëindigd op 6 juni 2019. De uitspraak is op 6 juni 2017 onherroepelijke geworden.
De strafbare feiten vormen, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG is aangevraagd zodat volgens verweerder aan het objectieve criterium is voldaan. Volgens verweerder geven de omstandigheden van het geval geen aanleiding om toch over te gaan tot afgifte van een VOG (het subjectieve criterium).
De stelling van eiser dat hij daarmee minder inkomsten kan verwerven dan als advocaat, betekent niet dat verweerder het belang van eiser zwaarder had moeten wegen dan het algemene belang. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder zijn afweging onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat die afweging niet in het voordeel van eiser is uitgevallen, betekent niet dat die afweging onvoldoende gemotiveerd is.