Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], te [Plaats], verzoeker,
de minister voor Rechtsbescherming, verweerder,
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van advocaat afgewezen zien worden door de minister voor Rechtsbescherming. Na afwijzing van bezwaar is beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de hoofdzaak zou doorverwijzen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat hij het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechters bij de rechtbank Rotterdam had verloren.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek inhoudelijk niet beoordeeld, omdat verzoeker expliciet vroeg om geen inhoudelijke beslissing over de zaak te nemen, maar alleen over de doorzending. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen waren voor belangenverstrengeling, vooringenomenheid of onpartijdigheid bij de rechtbank Rotterdam. Daarnaast is de rechtbank Rotterdam op grond van de woonplaats van verzoeker en het bestuursorgaan bevoegd.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Ook is geen proceskostenveroordeling of schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot doorzending van de bestuursrechtelijke VOG-zaak naar een andere rechtbank is afgewezen.