Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), te Den Haag,
Inleiding
Feiten
- belanghebbende en haar ex-echtgenoot in het kader van het einde van hun relatie (eind 2007) overleg hebben gehad over een door belanghebbende te ontvangen bedrag van € 5.000.000, waarvan € 1.000.000 contant.
- deze betaling echter niet is opgenomen in het echtscheidingsconvenant dat in mei 2011 door hen is ondertekend.
- daags na de ondertekening van het echtscheidingsconvenant op de bankrekening op naam van belanghebbende bij [bank 1] CHF 1.258.000 is gestort (naar de toenmalige wisselkoers omgerekend ongeveer € 1.000.000).
Beoordeling door de rechtbank
- Heeft de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?
- Moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard?
- Houdt de vermogenscorrectie van de inspecteur stand?
- Heeft de inspecteur voldaan aan de op hem rustende verzwaarde bewijslast inzake de boetebestanddelen?