Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.De bewezenverklaring
4.Het eerste middel dat namens de verdachte is voorgesteld
Het middel
Toerekenbaarheid
NJ20234/150 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen ( [naam] ), heeft de Hoge Raad met betrekking tot ontoerekeningsvatbaarheid voor zover hier relevant het volgende geoordeeld:
culpa in causa, wat betekent dat de verdachte eigen schuld heeft aan de oorzaak (van de aangevoerde exceptionele situatie). Wanneer een verdachte verwijtbaar in een toestand terechtkomt die in beginsel tot strafuitsluiting zou kunnen leiden, dan kan de rechter er om die reden voor kiezen het feit toch aan de verdachte toe te rekenen. Binnen het bestek van art. 39 Sr Pro zijn met name situaties relevant waarin de verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd onder invloed van drugs of alcohol. Ter illustratie bespreek ik hieronder een viertal arresten waarin de Hoge Raad zich uitliet over zaken waarin zich dergelijke
culpa in causa-kwesties voordeden.
culpa in causawas HR 9 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC0902,
NJ1981/412 m.nt. Th.W. van Veen. Het ging hierin over een kleinzoon die zijn grootmoeder doodstak terwijl hij, als gevolg van het gebruik van de (toen nog niet heel bekende) drug cocaïne, in een paranoïde psychose verkeerde. Het hof stelde onder meer vast dat de verdachte al eerder na gebruik van cocaïne achtervolgingswanen en hallucinaties had gehad, dat het een feit van algemene bekendheid is dat cocaïne gevaarlijk is en dat cocaïne de wil en het normbesef kan beïnvloeden en oordeelde vervolgens dat de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens aan hemzelf te wijten was, zodat de in die toestand begane delicten aan hem konden worden toegerekend. De Hoge Raad oordeelde dat het hof met juistheid beslissend had geoordeeld
of de verdachte “verwijtbaar” is komen te verkeren in de toestand van ziekelijke storing van zijn geestvermogensen achtte – op grond van de door het hof vastgestelde omstandigheden – de verwerping van het beroep op niet-toerekening niet onbegrijpelijk.
vrijwillig in de betreffende toestand had gebrachten dat het verweer daarom moest worden verworpen geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk.
NJ2008/263 m.nt. N. Keijzer, tot een vergelijkbaar oordeel met betrekking tot een verdachte waarbij sprake zou zijn geweest van een acute psychose als gevolg van het gebruik van cannabis. De Hoge Raad oordeelde dat de stelling dat de feiten slechts dan aan de verdachte zouden kunnen worden toegerekend als hij zou hebben geweten dat hij door het gebruik van cannabis de controle over zijn handelen zou verliezen en dat het concrete gevolg daarvan – het plegen van de strafbare feiten – redelijkerwijs voorzienbaar moest zijn geweest, geen steun vindt in het recht. [2] Het hof in die zaak had onder meer vastgesteld dat een psychotische toestand geen algemene bekend of vaak gezien gevolg is van cannabisgebruik, maar overwoog vervolgens dat de verdachte – als regelmatige gebruiker – kon weten dat het gebruik daarvan niet geheel ontbloot is van enig risico althans dat dit middel zijn functioneren zodanig kon beïnvloeden dat daaruit riskant gedrag zou kunnen ontstaan, hetgeen hij kennelijk op de koop toe heeft genomen. Het oordeel dat de door de verdachte gepleegde feiten aan hem konden worden toegerekend, omdat de opgetreden psychose
aan hem zelf te wijten is geweest, werd door de Hoge Raad in stand gelaten.
toe te rekenenzodat hij ten dele verantwoordelijk gehouden kon worden voor de door hem gepleegde feiten. Ook dit oordeel bleef in cassatie overeind.
culpa in causain deze zaak geen sprake zou zijn, wordt daarmee verworpen. Gelet op de vaststelling dat de verdachte welbewust LSD heeft genomen terwijl hij wist van het psychedelische effect acht ik dat niet onbegrijpelijk en – in het licht van wat is aangevoerd – toereikend gemotiveerd.
F. Schade wegens economische kwetsbaarheid
Doordat hij de ankerhand niet goed kan stabiliseren kan hij zijn werkzaamheden als tatoeëerder niet meer uitvoeren.
Samenvattend was er dus sprake van verspreid (initieel ogenschijnlijk) oppervlakkige steekwonden in het bovenlichaam (hals, nek, schouder, rug) die echter hebben geleid tot een C2 myelumlesie (met tetraplegie), waarvoor begeleiding en behandeling door neuroloog en revalidatieteam noodzakelijk is. Geen overig diep of ernstig letsel van zenuwen, bloedvaten, pezen of andere vitale structuren. Daarnaast zijn er botbreuken geconstateerd in handen en arm, en een klein botletsel ter plaatse van het os pariëtale rechts (schedelbot). Controle in februari 2021 door de plastisch chirurg toonde dat de handfracturen niet waren geconsolideerd.
Naast de fysieke traumata werd op 16-9-2021 de diagnose PTSS ( DSM 309.81) vastgesteld bij deze al kwetsbare cliënt.
Op de korte termijn heeft dit incident verder geleid tot psychische klachten waaronder angsten en nachtmerries, onder meer gevoed door ervaringen uit het verleden. Dit is door de psychiater geduid als PTSS.
Het gebeuren en de consequenties die daaruit zijn ontstaan heeft ook grote impact op zijn psychisch welbevinden. Client zit in een actief verliesverwerkingsproces en ervaart angst, als uiting van PTSS. Het is waarschijnlijk dat op de middellange en lange termijn psychische klachten zullen blijven bestaan en/of recidiveren. Hij wordt inmiddels begeleid door de psychiater.
Functionaliteit van de beide handen, heel grote beperkingen, aantal voorbeelden zijn: het pakken van de portemonnee uit een broekzak, t-shirt instoppen in de broek, ... is de grip kwijt met de linkerhand, persoonlijke verzorging zoals nagels knippen en zijn baard trimmen lukt niet met de linkerhand.
[slachtoffer] heeft op dit moment geen werk. Hobby's zijn fotograferen, tatoeëren, tekenen en yoga. Deze hobby 's zijn op dit moment zeer beperkt en/of niet mogelijk. Voor het fotograferen mist hij de mobiliteit en de kracht in de handen, voor het tatoeëren mist hij de coördinatie en stabiliteit die daarbij vereist worden. Voor yoga is het niet mogelijk om langdurig op de linkerpol en schouder te steunen. Hij kan zijn handen niet gebruiken voor gebruik van toiletpapier en gaat daardoor na het toilet zichzelf wassen onder de douche.
Permanente uitval zeker is.
dat het beschermend gevoel van de handen is verminderd of op sommige plekken is uitgevallen. Dit maakt het inzetten van de handen bij praktische activiteiten lastig.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Beoordeling en beslissing rechter