Toelichting:
Het Hof passeerde het door verzoeker gevoerde verweer dat hem op grond van de ziekelijke storing van zijn geestvermogens het ten laste gelegde niet kan worden toegerekend.
Het Hof kwam tot zijn beslissing omdat verzoeker verwijtbaar in die toestand is komen te verkeren.
Het Hof geeft voor die beslissing drie gronden. Bij de beoordeling hiervan moet ervan worden uitgegaan dat toerekenbaarheid insluit dat men de draagwijdte van zijn handelen kan bepalen. De eerste en derde door het Hof genoemde gronden geven een aantal gevolgen weer, die zich bij verzoeker voordeden na cocaïnegebruik. Deze zijn echter niet van dien aard dat gezegd kan worden dat verzoeker zich dientengevolge in een dusdanige toestand bevond, waarvan hij moet hebben geweten of begrepen, dat hij na cocaïnegebruik de draagwijdte van zijn handelen niet meer kon bepalen.
Als tweede grond vermeldt het Hof dat het van algemene bekendheid is:
dat cocaïne een stof is waarvan de Wetgever wegens de daaraan voor de volksgezondheid verbonden gevaren zelfs het enkele aanwezig hebben heeft verboden;
dat zowel heroïne als cocaïne bij gebruik van enige duur de wil van gebruiker en het normbesef van deze (kunnen) aantasten.
Ook al is cocaïne een stof waarvan het enkele aanwezig hebben bij de Wet verboden is wegens de daaraan voor de volksgezondheid verbonden gevaren, dan wil dat nog niet zeggen, dat dit van algemene bekendheid is en zeker niet dat deze jeugdige, uit een eenvoudig […] gezin afkomstige verdachte hiermede bekend was. Maar bovendien zelfs al zou verzoeker wel bekend zijn geweest met het feit dat het aanwezig hebben van cocaïne bij de Wet verboden is wegens de daaraan voor de volksgezondheid verbonden gevaren, dan houdt dit nog niet in, dat verzoeker na gebruik van cocaïne moet hebben geweten of begrepen dat hij in een toestand kon komen te verkeren waarin hij de draagwijdte van zijn handelen niet meer kon begrijpen.
Het hierboven vermelde rapport van Dr. Meijer vermeldt op pagina 4: "De uitwerking van deze drug is — helaas — vrij onbekend, zowel bij gebruikers als bij behandelaars." "Het is niet zo dat de uitwerking van dit middel in de "sien" goed bekend is, dit in tegenstelling met bijvoorbeeld heroïne of alcohol."
Hetgeen hiervoor is opgemerkt geldt mede omtrent de door het Hof aangenomen algemene bekendheid dat zowel heroïne als cocaïne bij gebruik van enige duur de wil van de gebruiker en het normbesef van deze (kunnen) aantasten".