ECLI:NL:RBOVE:2015:4490

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 september 2015
Publicatiedatum
1 oktober 2015
Zaaknummer
4299269 \ EJ VERZ 15-299
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Ellen W. de Groot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:107 BWArt. 7:658 BWArt. 1019 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens verhoogde economische kwetsbaarheid na arbeidsongeval

Verzoeker was sinds 1996 werkzaam als rubberpersbediende bij verweerder toen hij in 2011 een arbeidsongeval kreeg, waarbij hij uiteindelijk zijn rechterwijsvinger verloor. De verzekeraar van verweerder erkende aansprakelijkheid en vergoedde diverse schadeposten, maar weigerde vergoeding voor verhoogde economische kwetsbaarheid.

Verweerder voerde een reorganisatie door en beëindigde de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV. Verzoeker ontving een Ziektewetuitkering die in 2014 werd beëindigd na een arbeidsdeskundig onderzoek. Verzoeker startte in 2015 een tijdelijke baan als bouwopruimer.

Verzoeker vorderde een schadevergoeding van €23.400,- wegens verhoogde economische kwetsbaarheid, gebaseerd op het verlies van zijn wijsvinger en de gevolgen daarvan voor zijn arbeidsmarktpositie. Verweerder betwistte dit en stelde dat rugklachten ook een rol spelen.

De rechtbank oordeelde dat om de verhoogde economische kwetsbaarheid vast te stellen nader medisch- en arbeidsdeskundig onderzoek nodig is. Omdat dit niet is verricht, wees de rechtbank het verzoek af. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, gematigd tot 8 uur werk tegen een redelijk tarief, totaal €1.760,-.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 28 september 2015 door kantonrechter Ellen W. de Groot in Enschede uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens verhoogde economische kwetsbaarheid wordt afgewezen, maar verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 4299269 \ EJ VERZ 15-299
Beschikking van de kantonrechter van 28 september 2015
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij, verder te noemen [verzoeker] ,
gemachtigde: Drost Letselschade B.V.
tegen
[verweerder],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij, verder te noemen [verweerder] ,
gemachtigde: mr. J. Streefkerk.

1.De procedure

Deze blijkt uit:
  • het door [verzoeker] ingediende verzoekschrift als bedoeld in artikel 1019 van Pro het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, door de griffie ontvangen op 16 juli 2015, aangevuld bij aanvullend verzoekschrift ontvangen op 29 juli 2015
  • het door [verweerder] ingediende verweerschrift, door de griffie ontvangen op 21 augustus 2015;
  • de brief gedateerd 25 augustus 2015 aan de zijde van [verzoeker] waarbij een viertal producties in het geding zijn gebracht.
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 31 augustus 2015, waar [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door mr. Krougman. Namens [verweerder] is verschenen mr. Streefkerk.
De gemachtigde van [verzoeker] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen. Van hetgeen verder ter zitting is besproken heeft de griffier aantekening bijgehouden.

2.De feiten

De navolgende feiten die enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet, dan onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken, worden als vaststaand aangenomen.
2.1
[verzoeker] was sinds 1 augustus 1996 op basis van een arbeidsovereenkomst in de functie van rubberpersbediende werkzaam bij [verweerder] toen hem op 21 januari 2011 een arbeidsongeval overkwam. Als gevolg van het arbeidsongeval heeft [verzoeker] , na meerdere operaties, uiteindelijk zijn rechter wijsvinger verloren. De laatste operatie heeft plaatsgevonden op 9 januari 2014.
2.2
De verzekeraar van [verweerder] heeft op 26 juli 2011 de aansprakelijkheid erkend en zich bereid verklaard een groot aantal schadeposten te vergoeden. De verzekeraar is niet bereid een vergoeding te voldoen ter zake van 'verhoogde economische kwetsbaarheid'.
2.3
In verband met bedrijfseconomische omstandigheden heeft [verweerder] een reorganisatie doorgevoerd, waarbij ook voor [verzoeker] bij het UWV toestemming is verzocht om de arbeidsovereenkomst met hem te mogen opzeggen. Na een daartoe door het UWV verkregen vergunning heeft [verweerder] de arbeidsovereenkomst op 26 maart 2012 opgezegd tegen 1 juli 2012.
2.4
[verzoeker] heeft in verband met rugklachten in juni en juli 2011 de rugpoli te Delden bezocht. Na onderzoek is als diagnose gesteld (productie Vr 17):
"Neurogene claudicatioklachten. Klapvoet L.
Wervelkanaalstenose L3-L4 met sequestervorming."
2.5
[verzoeker] heeft een Ziektewetuitkering van het UWV ontvangen welke met ingang van 5 augustus 2014 is beëindigd omdat [verzoeker] na een arbeidsdeskundig onderzoek in staat geacht werd meer dan 65% van zijn maatmanloon te verdienen. De verzekeringsgeneeskundige heeft [verzoeker] in het kader van het aan het arbeidsdeskundige onderzoek voorafgegane geneeskundige onderzoek beperkt geoordeeld in de handfunctie rechts en daarnaast beperkt geacht in tillen of dragen van 10 kg en beperkt in het frequent hanteren van zware lasten tijdens het werk.
2.6
[verzoeker] heeft de zomer van 2015 een nieuwe baan op basis van een arbeidsovereenkomst voor een half jaar in de functie van bouwopruimer bij een schoonmaakbedrijf.
3.1
Het verzoek
[verzoeker] verzoekt na aanvulling van zijn verzoekschrift, samengevat, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan verzoeker te betalen als schade ex artikel 6:107 van Pro het burgerlijk wetboek een bedrag ad € 23.400,-, ter compensatie van zijn verhoogde economische kwetsbaarheid ter zake van voormelde redenen en alle andere aan te voeren pendente litis [bedoeld zal zijn pedente lite].
3.2
Het verweer
[verweerder] heeft verzocht het verzoek af te wijzen.

4.De beoordeling

4.1
Gelet op de overmatige hoeveelheid door de gemachtigde van [verzoeker] gebruikte Latijnse teksten in het verzoekschrift alsmede zijn pleitaantekeningen, zelfs bij het formuleren van het verzoek, wijst de kantonrechter er allereerst op dat de voertaal in de rechtspraak Nederlands is. Aan in een andere taal gestelde verzoeken en/of vorderingen zal in het algemeen voorbij gegaan moeten worden. Wat daarvan zij; een vordering pedente lite, oftewel, verzoeken/vorderingen die hangende het geschil opkomen dienen als onvoldoende bepaalbaar te worden afgewezen.
4.2
De gemachtigde van [verzoeker] heeft zijn verzoek meermaals (randnummer 1.1. en 1.5 van het verzoekschrift) gebaseerd op de stelling dat de zorgplicht van [verweerder] voortvloeit uit artikel 7: 685 BW. De kantonrechter gaat er van uit dat bedoeld zal zijn artikel 7:658 BW Pro en zal zulks zo lezen.
4.3
In het onderhavige deelgeschil dient de vraag beantwoord te worden of [verweerder] gehouden is een vergoeding wegens economische kwetsbaarheid aan [verzoeker] te betalen en of [verweerder] de kosten van het deelgeschil dient te voldoen.
4.4
De letselschaderaad heeft economische kwetsbaarheid in de Richtlijn Economische Kwetsbaarheid als volgt gedefinieerd:
(http://www.deletselschaderaad.nl/library/repository/De%20Letselschade%20Definitie%20Verhoogde%20economische%20kwetsbaarheid.pdf):
"Van verhoogde economische kwetsbaarheid is sprake indien in de toekomst door een economisch feit - zoals bijvoorbeeld een ontslag als gevolg van een reorganisatie of een faillissement - een periode van werkloosheid kan intreden die langer duurt dan ‘normaal’ door de door het ongeval ontstane beperkte mogelijkheden. Met een vergoeding voor verhoogde economische kwetsbaarheid wordt deze langere periode van (gedeeltelijke) werkloosheid financieel gecompenseerd."
Het element 'in de toekomst' in deze definitie ziet op de periode nadat het schadebrengende feit, in dit geval het bedrijfsongeval, zich heeft voorgedaan. De enkele omstandigheid dat [verzoeker] reeds als gevolg van een na het ongeval doorgevoerde reorganisatie werkloos is geworden staat aan toepasselijkheid van deze Richtlijn, anders dan door [verweerder] is betoogd, niet in de weg.
4.5
De vraag die beantwoord moet worden is of het verlies van de rechter wijsvinger het [verzoeker] moeilijker maakt/heeft gemaakt om na zijn ontslag als gevolg van de reorganisatie een voor hem passende baan te vinden dan het geweest zou zijn een nieuwe baan te vinden indien hij die rechter wijsvinger niet had hoeven missen. [verzoeker] stelt dat zulks het geval is, [verweerder] betwist dat, althans trekt dat in twijfel omdat er aanwijzingen (zouden) zijn dat [verzoeker] om andere redenen, te weten rugklachten, economisch beperkt is. [verweerder] verlangt dat door [verzoeker] inzicht wordt verschaft in zijn medische status gedurende vijf jaar voor het ongeval in verband met kennelijk bestaande (hebbende) rugklachten.
4.6
Niet onvoorstelbaar is dat het verlies van de rechter wijsvinger tot economische kwetsbaarheid leidt. Om dat en, zo ja, de omvang daarvan vast te stellen zal moeten komen vast te staan wat de beperkingen van [verzoeker] bij het vinden van een baan (dus de economische kwetsbaarheid) waren voor het bedrijfsongeval, inclusief eventuele rugklachten en hoe die economische kwetsbaarheid is sinds het verlies van de rechter wijsvinger. Het verschil daartussen dient te worden vertaald naar een schadevergoeding wegens economische kwetsbaarheid. Daargelaten dat geen algemeen aanvaarde berekeningsmethoden bestaan voor het berekenen van economische kwetsbaarheid, zal er om de vraag naar verhoogde economische kwetsbaarheid te kunnen bepalen nader medisch- en arbeidsdeskundig onderzoek noodzakelijk zijn. Immers pas dan kan het verschil in economische kwetsbaarheid voor en na ongeval beoordeeld worden.
Anders dan door [verweerder] aangevoerd is het niet zo dat indien er door rugklachten al sprake is van economische kwetsbaarheid aan schade wegens economische kwetsbaarheid door het verlies van de rechterwijsvinger niet wordt toegekomen. [verweerder] heeft [verzoeker] 'te nemen zoals hij ten tijde van het ongeval was'. Het verschil in economische kwetsbaarheid dient te worden aangemerkt als schade en dient nader te worden begroot. Nu het onderhavige deelgeschil zich niet voor dergelijk ander onderzoek leent, zal het verzoek worden afgewezen.
4.7
Ter zake van de kosten wordt als volgt overwogen. [verzoeker] heeft in redelijkheid tot indienen van het onderhavige verzoek kunnen overgaan zodat de kosten zullen moeten worden begroot. [verzoeker] heeft bij verzoekschrift een vergoeding verzocht voor 22 uur.
[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het aantal begrote uren komt de kantonrechter bovenmatig voor. Het dossier mocht de gemachtigde van [verzoeker] bekend verondersteld worden. De omvang en inhoud van het dossier en verzoekschrift rechtvaardigen een dergelijk groot aantal uren niet. De kantonrechter zal het aantal uren matigen tot acht. Het gehanteerde uurtarief is niet bovenmatig, weshalve het door [verweerder] aan [verzoeker] te betalen bedrag ter zake van proceskosten zal worden begroot op € 1.760,-. [verweerder] zal tot betaling daarvan worden veroordeeld.
De beslissing
Wijst het verzoek ter zake van schadevergoeding wegens verhoogde economische kwetsbaarheid af.
Veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 1.760,-. en wijst af hetgeen ter zake meer is verzocht.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gegeven te Enschede door mr. Ellen W. de Groot, kantonrechter, en op
28 september 2015 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.