Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
gezamenlijk gezag. Gezamenlijk gezag houdt in dat ouders belangrijke beslissingen aangaande het kind gezamenlijk dienen te nemen. Wanneer bijvoorbeeld een van de ouders met het kind naar het buitenland wil vertrekken, betreft dit zo’n ingrijpende beslissing voor het kind dat beide ouders het over deze beslissing eens moeten zijn. Verschillen de ouders hierover van mening, dan kan de ouder die wil verhuizen vervangende toestemming vragen aan de rechter. [20] Een en ander volgt uit de bevoegdheid van de rechter om bij een conflict omtrent de gezamenlijke gezagsuitoefening een zodanige beslissing te nemen die hem in het belang van het kind het meest wenselijk voorkomt. In het geval dat een ouder naar het buitenland verhuist zonder dat de rechter daarvoor toestemming heeft gegeven, wordt algemeen aangenomen dat de bevoegdheid van art. 1:253a BW inhoudt dat de rechter die ouder kan bevelen om met het kind terug te verhuizen.
gezamenlijkegezagsuitoefening is uiteraard geen sprake op het moment dat slechts één van de ouders met het gezag is belast. Het is immers de ouder die met het gezag is belast, die belangrijke beslissingen ten aanzien van het kind mag nemen. De aan de rechter in art. 1:253a BW toegekende bevoegdheid om zodanige beslissingen te nemen die hij in het belang van het kind acht, geeft de rechter dan ook geen bevoegdheid tot het treffen van zo’n maatregel indien sprake is van een omgangsregeling (of het recht op contact) bij eenhoofdig gezag. Dit betekent overigens niet dat een ouder die is belast met het eenhoofdig gezag een vrijbrief heeft om beslissingen te nemen die in strijd zijn met diens verplichting om het recht op omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. Om die omgang te effectueren zullen, zoals het hof terecht heeft overwogen, ook andere maatregelen kunnen worden ingezet.