Conclusie
Baarns beslag), noch anderszins onzorgvuldig jegens Centavos gehandeld. De Notaris heeft terecht het standpunt ingenomen dat hij de koopsom houdt voor degene die daarop recht blijkt te hebben, dat in dit geval de verkoper geen aanspraak meer kon maken op uitkering van de koopprijs omdat er geen geldige titel van overdracht bleek te zijn en dat dus de koper de rechthebbende was.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1betreft het oordeel dat het notaris [eiser 3] niet vrij stond het door hem gehouden bedrag aan de Stichting uit te betalen (rov. 3.6). De
onderdelen 2 en 3zien op de veroordeling van kandidaat-notaris [eiser 4] tot schadevergoeding nader op te maken bij staat wegens het begaan van een beroepsfout door Centavos niet in te lichten over zijn voornemen het bedrag van de (restant)koopsom weer aan de financier van de Stichting uit te betalen (rov. 3.10-3.13).
Onderdeel 4klaagt over de veroordeling van thans eiseressen tot cassatie onder 1 en 2 in de proceskosten (rov. 4.2 en de beslissing).
.Ten gevolge van die vernietiging verkreeg de stichting een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling op Centavos en niet op de notaris. Het stond de notaris gelet hierop niet vrij om zonder opdracht daartoe te hebben verkregen van Centavos het bedrag van € 450.642,76 uit te betalen aan (de financier van) de stichting. Door dit bedrag op 4 juli 2013 uit te betalen aan (de financier van) de stichting heeft de notaris in zijn verhouding tot Centavos derhalve niet bevrijdend betaald. Het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 1981 (ECLI:NL:HR:1981:AG4140) waar de notaris zich op beroept leidt niet tot een ander oordeel, omdat dit arrest ziet op een andere situatie, te weten het geval dat uitbetaling door de notaris plaatsvond vóórdat vast stond dat de koper het registergoed verkreeg vrij van hypotheken en beslagen.
Baarns beslaguit 1981 brengt de taak van de notaris mee dat de koopsom pas wordt doorbetaald aan de verkoper als zekerheid over de levering is verkregen: [18]
Koren q.q./Tekstra q.q.), rov. 3.3. [28]
Butterman q.q./Rabobank) overwoog dat de betaling eerst is voltooid als de koopsom in de macht van de verkoper is gekomen en: [34]
Baarns beslagis dit “in overeenstemming met hetgeen naar de aard van een dergelijke overeenkomst uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit.”
Reglement rechercheren registergoederenherhaaldelijk de informatie van het Kadaster en of partijen niet insolvent of onder curatele gesteld zijn. [52] De notaris keert volgens de
Beleidsregel tijdstip uitbetaling van geldende koopsom eerst aan de verkoper uit indien is gecontroleerd dat de levering vrij van beslagen en hypotheken heeft plaatsgevonden. [53]
Reglement beperking uitbetaling derdengeldenvan de KNB stelt in art. 1 als Pro hoofdregel voorop dat de notaris alleen uitbetaalt aan degene die als partij optreedt bij de akte en aanspraak kan maken op de uitbetaling op grond van de rechtshandeling die in de akte is neergelegd. Met de regeling beoogt de KNB “belastingfraude en andere malafide praktijken” te voorkomen. [57]
vi) Bespreking van onderdeel 1
onderdeel 1.1van het cassatiemiddel miskent het hof in rov. 3.6 dat de vernietiging van het arrest van het hof Leeuwarden tot gevolg heeft dat de voorwaarde waarvan de gerechtigdheid van Centavos tot de koopsom afhankelijk was (de eigendomsoverdracht) achteraf bezien niet in vervulling is gegaan en dat Centavos nimmer gerechtigd tot de koopsom is geweest. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat de gerechtigdheid van Centavos tot de koopsom niet (mede) afhankelijk was van de eigendomsoverdracht, klaagt
onderdeel 1.2 in de eerste plaatsdat dit oordeel onbegrijpelijk is in het licht van de stellingen van partijen.
overdrachtvan de onroerende zaak, en (ii) dat het niet uitmaakt op welk moment dit wordt vastgesteld, mits – zo begrijp ik − het bedrag nog op de kwaliteitsrekening staat. [64]
overdracht, maar van een
vrije en onbezwaarde levering, en is de verkoper onvoorwaardelijk gerechtigd tot de restantkoopsom op de kwaliteitsrekening vanaf het moment dat is vastgesteld dat aan deze voorwaarde is voldaan en kan een nadien blijkend titelgebrek daaraan niet afdoen. [65]
onderdelen 1.1 en 1.2ten onrechte veronderstellen dat sprake is van een voorwaarde van overdracht ook wanneer uit de narecherche is gebleken dat de levering vrij en onbezwaard heeft plaatsgevonden. De voorwaarde die normaliter aan de gerechtigdheid van de verkoper respectievelijk de betaling wordt gesteld, betreft de situatie zoals deze blijkt uit de narecherche. Wanneer, zoals in dit geval, daarover geen specifieke afspraken zijn gemaakt, dan zal de rechtsverhouding tussen koper en verkoper in het algemeen inhouden dat de aanspraak op het aandeel in de kwaliteitsrekening en de betaling van de koopsom afhankelijk is van een voorwaarde ten aanzien van een uit de narecherche blijkende
vrije en onbezwaarde levering. [66]
de overdracht volgens plan is verlopen” (nrs. 220, slot, 228); van een voorwaarde dat “
een correcte overdracht plaatsvindt”, dat wil zeggen “
als het verkochte in het vermogen van de koper is gevloeid zonder belast te zijn met hypotheken en/of beslagen ten laste van de verkoper die aan de koper kunnen worden tegengeworpen” (nr. 223); en van een voorwaarde “
dat de beoogde overdracht aan de koper heeft plaatsgevonden,
en wel vrij van hypotheken en/of beslagen ten laste van de verkoper die aan de koper zouden kunnen worden tegengeworpen” (nr. 236). Deze formuleringen komen m.i. alle op hetzelfde neer, namelijk dat sprake is van een “
geslaagde overdracht” in de zin dat “
de overdracht is geschied en bij de narecherche niet is gebleken van nieuwe beslagen of hypotheken” (nr. 237). Waaijer spreekt van voorwaardelijkheid “
totdat de overdracht heeft plaatsgevonden(…)” (zie hiervoor in 2.25).
van een (op het eerste oog) geslaagde overdracht’ verwijst naar de gebruikelijke voorwaarde die hiervoor (in 2.34.3) is bedoeld en die ziet op de beoordeling aan de hand van de narecherche. De aanvullende voorwaarde ‘
dat de overdracht ongeldig blijkt te zijn en het geld nog niet is uitbetaald’ betreft het geval dat eerst nadien blijkt dat de overdracht is mislukt door een titelgebrek.
eerste deelvan
onderdeel 1.2, dat verwijst naar een stelling van Centavos bij de comparitie in hoger beroep, waarin Centavos sprak van een “voorwaarde dat de met de levering beoogde overdracht zich verwezenlijkt.” [72] Het is niet onbegrijpelijk dat het hof deze stelling niet zo ruim heeft opgevat als zij door het cassatiemiddel wordt opgevat, terwijl dit evenmin van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Zie echter ook hierna in 2.52.
onderdelen 1.2, tweede deel, 1.3, 1.4 en 1.8van het middel, die gezamenlijk besproken kunnen worden.
tweede deel van onderdeel 1.2) respectievelijk dat de notaris niet verplicht is tot uitbetaling van de koopsom aan de verkoper als blijkt dat de levering niet tot overdracht heeft geleid door het met terugwerkende kracht wegvallen van de titel (aldus
onderdeel 1.3).
Onderdeel 1.4voegt hieraan toe dat een notaris aan de hand van de op het moment van uitbetaling bestaande rechtsverhouding dient vast te stellen of degene die om uitbetaling verzoekt daartoe gerechtigd is. In dit geval kon de Notaris niet anders dan vaststellen dat, achteraf bezien, de Stichting gerechtigd is gebleven tot de koopsom.
Onderdeel 1.8voert nog aan dat uit het
Baarns beslag-arrest volgt dat de notaris ervoor zorg dient te dragen dat de koper zo veel mogelijk wordt gevrijwaard van het risico dat de verkoper de koopprijs ontvangt zonder dat de koper het gekochte verkrijgt.
Baarns beslageen andere situatie betreft, meen ik dat het voor deze zaak wel relevant is. Het arrest illustreert de taak van de notaris om met het oog op de belangen van beide partijen zoveel mogelijk ervoor te zorgen dat wordt gehandeld naar het uitgangspunt van gelijk oversteken. Meer in het algemeen gaat het om het risico dat een van partijen niet (volledig) krijgt waar zij recht op heeft. [73] Dat kan zich voordoen in situaties waarin complicaties ertoe leiden dat een van partijen (of het nu de verkoper of de koper is) eigenaar is van de onroerende zaak
ende beschikking heeft over de koopsom. Soms is dat onvermijdelijk, zoals wanneer de overdracht lijkt te zijn geslaagd en de koopsom door de notaris vanaf de kwaliteitsrekening wordt uitbetaald aan de verkoper, en pas later blijkt dat de overdracht door een titelgebrek is mislukt. Maar indien de koopsom nog op de kwaliteitsrekening staat, kan dit worden vermeden. De taak van de notaris is hier mede van belang voor de nadere invulling van de rechtsverhouding tussen koper en verkoper. Hier komt bij dat voor beide partijen grote belangen gemoeid zijn bij de correcte afwikkeling van een onroerend goedtransactie en dat de partij die niet eigenaar van de zaak blijkt te zijn geworden wellicht niet in staat is om een verhaalrisico ter zake van de betaalde koopsom te dragen (denk bijvoorbeeld aan de koop van een woning door een particulier).
pour les besoins de la cause, maar meen dat dit om inhoudelijke redenen gerechtvaardigd is.
onderdelen 1.2, tweede deel, 1.3, 1.4 en 1.8.
onderdelen 1.1 en het eerste deel van onderdeel 1.2ook kunnen slagen
onderdeel 1.5, dat klaagt over de betekenis die het hof heeft toegekend aan het ontbreken van afspraken over het bij de Notaris in depot blijven van de koopsom.
onderdeel 1.6, dat klaagt over het oordeel dat de Stichting na de vernietiging van de titel een vordering uit onverschuldigde betaling op Centavos kreeg, nu dit oordeel voortbouwt op het door de onderdelen 1.2, tweede deel, 1.3, 1.4 en 1.8 met succes bestreden oordeel dat Centavos onvoorwaardelijk gerechtigd was geworden tot de koopsom op de rekening van de notaris.
onderdeel 2.1heeft het hof de grenzen van de rechtsstrijd in appel miskend door zowel de primaire als de subsidiaire vordering te behandelen en toe te wijzen. De subsidiaire vordering kwam naar haar aard alleen voor behandeling in aanmerking indien de primaire vordering zou zijn afgewezen.
Onderdeel 2.2vervolgt dat het hof de stellingen en het petitum van Centavos onbegrijpelijk heeft uitgelegd indien deze naar zijn oordeel ruimte lieten voor toewijzing van de subsidiaire vordering naast de primaire.
Onderdeel 2.3noemt het vanwege de toewijzing van de primaire vordering onbegrijpelijk dat het hof met betrekking tot de subsidiaire vordering oordeelt dat Centavos de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk heeft gemaakt.
onderdeel 2.2(en in het verlengde daarvan
onderdeel 2.1) naar mijn mening, omdat de hiervoor bedoelde lezing van de subsidiaire vordering per individuele verweerder zonder nadere motivering, die ontbreekt, geen stand kan houden in het licht van de slagende klacht van onderdeel 2.3.
onderdeel 3.1bouwt dit oordeel voort op de door onderdeel 1 bestreden oordelen en heeft het slagen van een of meer klachten van onderdeel 1 daarom tot gevolg dat het in rov. 3.12 gegeven oordeel evenmin in stand kan blijven.
Onderdeel 3.2bevat een op onderdeel 1 voortbouwende klacht over de redenering van het hof dat de gerechtigdheid tot het bedrag op de derdenrekening niet duidelijk was, dat [eiser 4] Centavos had dienen te informeren en dat het bedrag onder de Notaris had kunnen blijven totdat duidelijkheid over de gerechtigdheid was verkregen, waarbij het onderdeel nog verwijst naar het advies dat [eiser 4] veiligheidshalve bij de KNB had ingewonnen.
onderdeel 3.3dat het hof niet is ingegaan op de stelling van [eiser 4] dat zijn handelwijze in overeenstemming is met het bij de KNB ingewonnen advies en dat hij daarmee in beginsel als een redelijk handelend en redelijk bekwaam (kandidaat)notaris heeft gehandeld, althans dat dit relevant is voor de beoordeling van zijn handelen.
onderdeel 3.2behoeft geen afzonderlijke bespreking.
Onderdeel 3.3behoeft daarom geen behandeling.