3.3 De Rechtbank heeft de vordering toegewezen. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank echter vernietigd en de vordering van Zürich alsnog afgewezen. Het Hof was van oordeel dat er geen sprake was van onzorgvuldig handelen door de notaris jegens Zürich. De motivering van dit oordeel kan als volgt worden samengevat.
a) Het Hof moet ervan uitgaan dat tussen partijen niet meer contacten zijn geweest, dan door Zürich vermeld in haar hiervóór in 3.1 onder (iv) aangehaalde faxbericht: één telefoongesprek van Zürich naar de notaris en één faxbericht met bijlage (de akte bedrijfsoverdracht) eveneens van Zürich naar de notaris.
b) Het Hof passeert de stelling van Zürich dat er meer (telefonische) contacten tussen partijen zijn geweest, alleen al op de grond dat Zürich niet heeft gesteld wat daarbij tussen partijen zou zijn gecommuniceerd.
c) Het Hof gaat ook ervan uit dat geen andere schriftelijke stukken tussen partijen zijn uitgewisseld, nu de notaris dit ontkent en Zürich haar stelling, dat zij van de notaris het genoemde bedrijfsovernamecontract heeft ontvangen niet nader (gedocumenteerd) heeft onderbouwd, terwijl uit het ten processe overgelegde exemplaar van die akte blijkt, dat dit door [betrokkene 1] per fax is verzonden aan Zürich. (rov. 4.4)
d) Uit het voorgaande heeft het Hof geconcludeerd dat Zürich de notaris zeer summier heeft geïnformeerd omtrent haar bedoelingen en kennelijk de formalisering van haar contractuele relatie met de kopers zelf wilde regelen. (rov. 4.5)
e) Uit de door Zürich aan de notaris gezonden en haar dus bekende akte bedrijfsoverdracht blijkt dat de koopprijs voor de bedrijfsoverdracht van De Provinciale B.V. juist schuldig werd gebleven, zodat betaling met behulp van het door Zürich gestorte bedrag daarop geen betrekking kon hebben en "uitbetaling aan de verkopende partij", zoals het in het faxbericht van Zürich heet, niet op De Provinciale B.V. kon slaan.
f) De notaris van zijn kant was gedurende langere tijd ten nauwste betrokken bij het samenstel van contracten benodigd om uiteindelijk aan [betrokkene 1] en [betrokkene 3], zijn cliënten, de eigendom van de assurantieportefeuille te verschaffen. In de daarvoor gebezigde constructie zou de koopprijs voor de bedrijfsoverdracht van De Provinciale B.V. worden schuldig gebleven doch zouden wel de aandelen worden gekocht en betaald, waarbij de koopprijs gefinancierd zou moeten worden, waarmee inclusief de verwerving van een kleine andere assurantieportefeuille en kosten globaal genomen een bedrag van ƒ 1.900.000,-- gemoeid was.
g) Omdat de notaris Zürich bekend wist met de akte van overdracht van de activa van De Provinciale B.V. en dus bekend wist met het verschuldigd blijven van de koopsom, mocht de notaris erop vertrouwen dat Zürich met (de akte van) de aandelenoverdracht bekend was en dus besefte dat de ƒ 1.900.000,-- besteed zou worden aan de aankoop van de aandelen van De Provinciale B.V., die eveneens ongeveer ƒ 1.900.000,-- vergde.
h) De notaris had daarom onder al deze omstandigheden geen reden bij Zürich nader te informeren of deze laatste met het andere deel van de constructie bekend was, maar mocht daarentegen veronderstellen dat Zürich akkoord ging met de afhandeling van de transactie als in de gecombineerde aktes was vastgelegd. (rov. 4.6)
i) Het behoorde niet tot de zorgplicht van de notaris jegens Zürich, die niet zijn cliënte was en niet partij was bij de akte bedrijfsoverdracht, te onderzoeken of die akte nietig was wegens strijd met de Wet Assurantie-bemiddeling.
j) Ten slotte achtte het Hof voor de beoordeling van het geschil niet van belang welke van beide aktes het eerst is verleden, omdat in feite sprake was van een samenval van rechtsmomenten. (rov. 4.7)