“
Periode van de kasopstelling
In de ontnemingsrapportage (blz. 300008) is de onderzoeksperiode voor het bepalen van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen vastgesteld op 1 januari 2000 tot en met 4 november 2008. De start van deze periode sluit aan bij het moment waarop [betrokkene] en [medebetrokkene] in ieder geval een economische eenheid vormden, te weten 1 januari 2000 (doss. blz. 300012). Het einde van de periode hangt samen met het moment waarop [betrokkene] en [medebetrokkene] werden aangehouden, te weten 4 november 2008 (doss. blz. 300008). Het hof neemt voormelde onderzoeksperiode eveneens tot uitgangspunt en verwijst voor het aanvangsmoment eveneens naar hetgeen hiervoor ten aanzien van standpunt 1 van de verdediging is overwogen. Daaruit volgt in ieder geval dat [betrokkene] en [medebetrokkene] vanaf 1 januari 2000 een economische eenheid vormden.
Eenvoudige kasopstelling
Het hof neemt na te melden eenvoudige kasopstelling tot uitgangspunt. Dat betreft de kasopstelling uit de ontnemingsrapportage (doss. blz. 300051) met daarop de navolgende wijzigingen ten aanzien van de post “werkelijke contante uitgaven”.
In de ontnemingsrapportage is de post werkelijke contante uitgaven gesteld op een bedrag van € 2.647.907,81 (doss. blz. 300051).
Onderdeel van deze contante uitgaven is de post “Contante uitgaven ten behoeve van niet voltooide strafbare feiten” ten bedrage van € 93.656,25. De rechtbank heeft deze post verminderd met een bedrag van € 32.467,- (vonnis, blz. 5). Het hof zal de rechtbank hierin volgen nu dit geen geschilpunt in hoger beroep meer is. Deze post omvat dan een bedrag van (€ 93.656,25 -/- € 32.467,-=) € 61.189,-.
Eveneens maken onderdeel uit van de totale contante uitgaven, de contante uitgaven in verband met aankoop/onderhoud en exploitatie van onroerend goed aan de [a-straat 1] te [plaats] en de [b-straat 1] te [plaats] (doss. blz. 300050), dit voor een totaalbedrag van € 1.778.903,-.
Zoals hiervoor bij de bespreking van standpunt 4 van de verdediging weergegeven volgt het hof het door de rechtbank toegepaste kortingspercentage van 20% ter zake de contante uitgaven voor voormelde panden, zodat deze post met € 355.780,- zal worden verminderd.
Het vorenstaande betekent dat – in afwijking van de ontnemingsrapportage – de post werkelijke contante uitgaven worden gesteld op (€ 2.647.907 -/- € 61.189 -/- € 355.780,- =) € 2.230.938,-.
Met inachtneming van het vorenstaande ziet de kasopstelling er als volgt uit.
Beginsaldo contant geld € 1.000,-
+/+ Legale contante ontvangsten € 66.920,-
+/+ Bankopnamen € 724.021,75
-/- Eindsaldo contant geld € 12.769,65
---------------------------------------------------------------------------------
Beschikbaar voor het doen uitgaven € 779.172,10
-/- Werkelijk contante uitgaven € 2.230.938,-
-/- Bankstortingen € 1.260.965,15
---------------------------------------------------------------------------------
Onverklaarbaar vermogen € 2.712.731,05.
Wederrechtelijk verkregen voordeel uit eenvoudige kasopstelling
Op grond van het vorenstaande stelt het hof dat bij deze stand van zaken waarbij de veroordeelde geen afdoende verklaring heeft gegeven over de herkomst van dit onverklaarbaar vermogen, het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel uit de eenvoudige kasopstelling vast op
€ 2.712.731.-.
(…)
Vervolgprofijt
In de ontnemingsrapportage (doss. blz. 300052) is, naast het voordeel volgend uit de kasopstelling, tevens vervolgprofijt meegenomen, zijnde de verkoopwinst van de woning aan de [d-straat 1] te [plaats] alsmede de huuropbrengsten van de woning aan de [e-straat] te [plaats].
De rechtbank heeft geoordeeld dat enkel de verkoopwinst als vervolgprofijt kan worden meegenomen en niet de huuropbrengsten, omdat deze tevens als contante ontvangsten in de kasopstelling waren meegenomen. Het hof volgt de rechtbank hierin.
Ten aanzien van de verkoopwinst van de woning aan de [d-straat 1] te [plaats] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze niet als vervolgprofijt kan worden aangemerkt omdat de contante inkomsten en uitgaven ten aanzien van die woning reeds in de kasopstelling zijn betrokken en er daardoor van een dubbeltelling sprake is.
Het hof verwerpt dit verweer reeds omdat het feitelijke grondslag mist. Uit het dossier volgt niet dat de verkoopwinst van het pand aan de [d-straat] te [plaats] op enigerlei wijze als contante inkomsten in de kasopstelling is betrokken.
Anders dan de rechtbank zal het hof het vervolgprofijt ten aanzien van de verkoopwinst alleen bij het voordeel van [betrokkene] betrekken en niet bij [medebetrokkene].
Het hof overweegt daartoe het volgende.
Het hof stelt voorop dat tot het wederrechtelijk verkregen voordeel ook worden gerekend de vruchten uit dat voordeel, dus al hetgeen wordt verkregen met of uit het primaire voordeel.
Ten aanzien van het pand aan de [d-straat] te [plaats] heeft het hof in de hoofdzaak van [betrokkene] (arrest blz. 22) het navolgende overwogen:
“Op grond van de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen staat ten aanzien van alle bewezenverklaarde onroerende zaken (hof: waaronder het onderhavige pand aan de [d-straat] te [plaats]) vast dat de hypothecaire geldleningen die zijn aangewend om de betreffende panden te financieren door middel van valsheid in geschrift en/of oplichting van de betreffende hypotheekverstrekkers zijn verkregen. Immers de betreffende hypotheekverstrekkers zijn in de onderhavige gevallen door middel van overlegging van valse schriftelijke gegevens, zoals werkgeversverklaringen en salarisspecificaties, bewogen tot het verstrekken van hypothecaire leningen aan de aanvragers van die leningen.”
In de ontnemingsrapportage is ten aanzien van het pand aan de [d-straat] te [plaats] hierover opgenomen: “Bij de aanvraag tot financiering door [betrokkene] is een niet overeenkomstig de werkelijkheid opgemaakte werkgeversverklaring overgelegd. ” (doss. blz. 300028).
Naar het oordeel van het hof volgt uit het vorenstaande afdoende dat het pand aan de [d-straat] te [plaats] door [betrokkene] met crimineel geld is gefinancierd: geld dat immers is verkregen door middel van de eerder genoemde valsheid in geschrift. De verkrijging van de woning is het primaire voordeel in deze geweest en de verkoopwinst het vervolgprofijt.
Eenzelfde redenering gaat niet op ten aanzien van [medebetrokkene]. Ten aanzien van [medebetrokkene] volgt niet dat zij op enigerlei wijze is betrokken bij de verkrijging van voormelde woning met crimineel geld. [medebetrokkene] heeft derhalve geen primair voordeel en daardoor ook geen vervolgprofijt uit de verkoopwinst van deze woning. Het andersluidende standpunt van de advocaat-generaal op dit punt wordt door het hof verworpen.
Overeenkomstig de ontnemingsrapportage (doss. blz. 300052) stelt het hof het vervolgprofijt gelijk aan de verkoopwinst van vorengenoemd pand vast, te weten: € 117.786,-.
Het totale geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel voor [betrokkene] komt daarmee op (€ 2.305.821,- + € 117.786,- =)
€ 2.423.607.-.
De verdediging heeft in het kader van het vervolgprofijt nog het standpunt ingenomen dat de verkoopverliezen en waardedalingen ten aanzien van het onroerend goed in [plaats], het onroerend goed aan de [a-straat] te [plaats] en het onroerend goed aan de [c-straat] te [plaats] op het voordeel in mindering dienen te worden gebracht.
Met de rechtbank verwerpt het hof dit verweer nu waardeverminderingen en verkoopverliezen van panden die met crimineel geld zijn verkregen voor rekening en risico van [betrokkene] dienen te blijven.”