Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van het eerste en het derde middel
4.Beoordeling van het vierde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
18 april 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht (oud). Betrokkene werd geconfronteerd met een betalingsverplichting van € 520.000,-, bestaande uit zogenoemd vervolgprofijt uit casinobezoeken.
Het hof had geoordeeld dat betrokkene met gelden verkregen uit strafbare feiten had gespeeld in casino's en daarbij per saldo speelwinsten van € 120.000,- en twee keer € 200.000,- had behaald. Deze speelwinsten werden als wederrechtelijk verkregen voordeel aangemerkt en ontnomen. Het hof baseerde zich op een notariële verklaring, belastinggegevens, casino-informatie en verklaringen van een casinomanager. Betrokkene voerde aan dat de speelwinsten niet als vervolgprofijt konden worden aangemerkt en dat de inzet niet hoog was, maar het hof verwierp dit.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en het oordeel niet onbegrijpelijk is. Wel is de redelijke termijn in cassatie overschreden, wat leidt tot vermindering van de betalingsverplichting tot € 510.000,-. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de toerekening van vervolgprofijt uit casinospel met geld van strafrechtelijke herkomst, en beperkt alleen het bedrag wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot € 510.000,- en bevestigt de ontneming van vervolgprofijt uit casinospel met geld van strafrechtelijke herkomst.