ECLI:NL:PHR:2017:358
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuitingswerking en aanvang termijn verjaring bij effectenleasecollectieve actie
Deze conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad bespreekt de juridische problematiek rond de stuiting van de verjaring van individuele vorderingen tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten in het kader van een collectieve actie, de zogenaamde Eegaleaseprocedure.
De kernvraag betreft het moment waarop de zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW Pro aanvangt na het beëindigen van een collectieve actie die niet tot toewijzing heeft geleid, met name in situaties waarin de collectieve actie is opgevolgd door een WCAM-verzoek tot verbindendverklaring van een schikking. De conclusie bespreekt uitgebreid de jurisprudentie, waaronder het arrest [A]/Dexia (HR 9 oktober 2015), en de gevolgen van het royement van de procedure, de collectieve schikking en het WCAM-verzoek.
Daarnaast wordt de toepasselijkheid van art. 7:907 lid Pro 5 (oud) BW op het WCAM-verzoek behandeld, waarbij wordt geconcludeerd dat deze bepaling ook ziet op vorderingen tot vernietiging op grond van art. 1:89 BW Pro en dat het WCAM-verzoek als een nieuwe eis in de zin van art. 3:316 lid 2 BW Pro kan worden aangemerkt. Hierdoor kan de stuitende werking van de verjaring worden verlengd, wat praktische gevolgen heeft voor de vernietigingsmogelijkheden van individuele gerechtigden.
De conclusie benadrukt dat de stuitende werking van de collectieve actie doorloopt totdat de collectieve schikking algemeen verbindend is verklaard, waarna de zesmaandentermijn begint te lopen. Dit biedt gerechtigden de mogelijkheid om te kiezen of zij zich aan de collectieve regeling willen conformeren. De conclusie sluit af met een overzicht van relevante jurisprudentie, wetsgeschiedenis en literatuur, en wijst op de noodzaak van verdere discussie over de interpretatie van de Hoofdovereenkomst en de verhouding tussen de genoemde wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De stuitende werking van de collectieve actie loopt door tot de collectieve schikking algemeen verbindend is verklaard, waarna de zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW aanvangt; het WCAM-verzoek kan als nieuwe eis worden aangemerkt die de stuitende werking verlengt.