Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
3.De slotsom
€ 1.264,00(2 punten x tarief I)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of de echtgenote van de gedaagde tijdig de buitengerechtelijke vernietiging van twee effectenleaseovereenkomsten had ingeroepen. Dexia Nederland B.V. vorderde betaling van restschulden uit deze overeenkomsten en stelde dat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard.
Het hof oordeelde dat de verjaring was gestuit door een collectieve actie die was ingesteld door Stichting Eegalease en de Consumentenbond. De Hoge Raad had in een vergelijkbare zaak geoordeeld dat een collectieve actie de verjaring van individuele vernietigingsbevoegdheden stuit, ook als daarna een opt-out-verklaring wordt afgelegd.
Dexia betoogde dat de stuiting was geëindigd door het royement van de collectieve procedure, maar het hof verwierp dit en stelde dat de stuiting doorliep tot het moment waarop de collectieve schikking algemeen verbindend werd verklaard. De vernietiging door de echtgenote op 15 februari 2006 was daarmee tijdig en effectief.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland en veroordeelde Dexia in de proceskosten van het hoger beroep. Het voorwaardelijk incidenteel appel van de gedaagde behoefde geen behandeling meer.
Uitkomst: De vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten door de echtgenote is tijdig en effectief verklaard, en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.