Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
DEXIA NEDERLAND B.V .,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
wonende te Deurningen,
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen Dexia Nederland B.V. en gedaagde staat de vraag centraal of drie effectenleaseovereenkomsten zijn vernietigd door de echtgenote van gedaagde en wat de gevolgen daarvan zijn voor de verplichtingen van partijen.
De kantonrechter verwijst naar een tussenvonnis en de prejudiciële vragen die aan de Hoge Raad zijn gesteld en inmiddels beantwoord. De Hoge Raad bevestigde dat de stuitende werking van een collectieve actie zich uitstrekt tot individuele vernietigingsvorderingen en dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring tijdig is indien deze binnen zes maanden na het einde van de procedure is uitgebracht.
De kantonrechter volgt gedaagde in zijn standpunt dat de termijn van zes maanden pas begon na het royement van de collectieve procedure op 25 augustus 2005, en niet bij het sluiten van de Hoofdovereenkomst op 23 juni 2005. De verklaring van de echtgenote van gedaagde van 16 januari 2006 is daarmee tijdig. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen voor twee van de overeenkomsten, terwijl voor de derde overeenkomst wordt vastgesteld dat Dexia aan haar verplichtingen heeft voldaan.
De proceskosten worden aan Dexia opgelegd. Het vonnis is gewezen door kantonrechter P.L. Alers en op 3 mei 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Dexia is gehouden aan haar verplichtingen voor één overeenkomst, maar twee overeenkomsten zijn tijdig vernietigd waardoor Dexia geen verdere verplichtingen heeft en proceskosten moet betalen.