Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de beslissing van het hof tot afwijzing van het verzoek tot gijzeling van de getuige [betrokkene 1] , zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is.
tweede middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de raadsman niet zelfstandig heeft verzocht om het horen van de getuige [betrokkene 1] en dat voor het overige de raadsman de noodzaak tot het nader horen van deze getuige onvoldoende heeft onderbouwd, niet begrijpelijk is.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, tot het oordeel is gekomen dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling onverwijld is ingediend.
vierde middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 2 in de zaak met parketnummer 15-740040-12 niet kan volgen uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Volgens de steller van het middel kan deze bewezenverklaring in strijd met art. 342, tweede lid, Sv slechts volgen uit de verklaring van medeverdachte [betrokkene 3] .
vijfde middelbehelst de klacht dat de strafmaatoverweging, inhoudende dat goederen zijn weggenomen met een voor de eigenaren grote emotionele waarde, zoals een trouwring en een mobiele telefoon met daarop foto’s van het net zes maanden oude kindje van de medewerkster van de coffeeshop, niet kan volgen uit de gehanteerde bewijsmiddelen.