Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
- diverse kledingstukken en schoenen en een fotocamera toebehorende aan [betrokkene 1],
- een geldbedrag van 240 euro toebehorende aan [betrokkene 2],
- een mobiele telefoon en een laptop toebehorende aan [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders,
- terwijl hij en/of zijn mededaders (een) bivakmuts(en) droeg(en)
- de woning van [betrokkene 1] is/zijn binnengegaan en
- een taser (stroomstootwapen) tegen de nek van [betrokkene 1] heeft/hebben gezet en hem een stroomstoot heeft/hebben gegeven in zijn nek en
- vervolgens [betrokkene 1] met die taser in zijn nek naar de woonkamer heeft/hebben geduwd en
- vervolgens [betrokkene 1] op de grond heeft/hebben geduwd/gesmeten en
- vervolgens [betrokkene 1] meermalen tegen het hoofd en lichaam heeft/hebben geschopt en daarbij [betrokkene 1] dreigend de woorden "Geld, Geld" en "Waar is het geld klootzak, we willen geld" heeft/hebben toegevoegd en de kamer van [betrokkene 2] is/zijn binnengegaan en
- [betrokkene 2] een klap in zijn nek heeft/hebben gegeven, waardoor [betrokkene 2] achterover is gevallen en
- vervolgens de telefoon van [betrokkene 2] heeft/hebben afgepakt en op de grond heeft/hebben gegooid en
- vervolgens [betrokkene 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Geld waar is je geld, ik wil je geld" en "Wat heb je nog meer, wat heb je nog meer, ik wil alles van je" en
- vervolgens [betrokkene 2] bij zijn kraag heeft/hebben vastgepakt en vervolgens [betrokkene 2] de trap af heeft/hebben geduwd en vervolgens [betrokkene 2] de woonkamer van [betrokkene 1] in heeft/hebben geduwd en,
- terwijl hij en/of zijn mededader(s) (een) bivakmuts(en) droeg(en),
- vervolgens [betrokkene 2] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ga liggen" en
- vervolgens [betrokkene 2] een stomp tegen/in zijn rug heeft/hebben gegeven en
- geroepen heeft/hebben dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] de deur open moesten maken en
- de deur van de zolderkamer van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met kracht heeft/hebben opengetrokken/opengeduwd, althans met kracht aan deze deur heeft/hebben getrokken terwijl [betrokkene 3] en [betrokkene 4] deze dicht probeerden te houden en
- de zolderkamer van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] is/zijn binnengegaan."
3.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
6.Slotsom
7.Beslissing
22 april 2014.