ECLI:NL:HR:2006:AU7119
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging voor medeplegen opzetheling met voldoende motivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 november 2004, waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van opzetheling. Het hof legde een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.
Verdachte stelde onder meer dat de strafmotivering onvoldoende was omdat de omstandigheden waarop het hof zich baseerde niet waren ontleend aan de gebruikte bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen eis is die het recht kent; het is voldoende dat de omstandigheden ter terechtzitting zijn gebleken.
Ook de klacht dat een omstandigheid met betrekking tot een medeverdachte niet ter terechtzitting was besproken, faalde omdat deze uit verklaringen van verdachte bij de politie kon worden afgeleid en de inhoud daarvan tijdens de behandeling in eerste aanleg was medegedeeld.
De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het beroep. De strafoplegging werd als toereikend gemotiveerd beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.