Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter Gelderland waarin Dexia werd veroordeeld wegens onrechtmatig handelen. Centraal staat de vraag of de tussenpersoon die de effectenleaseovereenkomst tot stand bracht, vergunningplichtig advies heeft gegeven zonder vergunning en of Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
Het hof stelt vast dat de tussenpersoon als effectenbemiddelaar zonder vergunning heeft geadviseerd, wat in strijd is met artikel 41 van Pro de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Dexia was bekend met de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen die vergunningplichtig adviseerden en had navraag moeten doen naar de aard van de advisering. Dexia heeft dit nagelaten en kan zich niet beroepen op onwetendheid.
De concrete stellingen van de afnemer over advisering door de tussenpersoon worden door het hof als voldoende gemotiveerd en aannemelijk beschouwd. De vergoedingsplicht van Dexia blijft volledig in stand, inclusief vergoeding van de fictieve restschuld die is ontstaan door waardedaling van de aandelen. Dexia’s grieven falen en het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, veroordeelt Dexia tot betaling van proceskosten en verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Dexia tot volledige schadevergoeding en betaling van proceskosten.