ECLI:NL:RVS:2024:2238
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 6:19 Awb bij opvolgende besluiten over ruimtelijke plannen en omgevingsplannen
Deze conclusie van staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer behandelt de toepassing van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij opvolgende besluiten over ruimtelijke plannen, met name bestemmingsplannen onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en omgevingsplannen onder de Omgevingswet.
De zaak betreft beroepen tegen het oorspronkelijke besluit van 27 januari 2022 en het gewijzigde besluit van 23 maart 2023 van de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland over het bestemmingsplan ‘Renesse’. Het gewijzigde besluit bracht twintig extra woningen onder een uitsterfregeling voor recreatieve verhuur, wat leidde tot nieuwe beroepen. De conclusie analyseert de juridische vraag of het gewijzigde besluit als een nader besluit in de zin van artikel 6:19 Awb Pro kwalificeert en wanneer een fictief beroep ontstaat.
De conclusie bespreekt vier categorieën van besluiten waarop artikel 6:19 Awb Pro wordt toegepast: reparatiebesluiten, herstelbesluiten, vaststellingsbesluiten met overlappend plangebied en besluiten waarbij de inhoud van de beroepsgronden sturend is. De huidige rechtspraak hanteert een ruime toepassing, vooral via een gebiedsgewijze benadering, wat leidt tot een uitdijende werking van het fictief beroep en complicaties in de procedure.
De conclusie beveelt aan de rechtspraak aan te passen door een scherpere toetsing van het karakter van het hangende beroep genomen besluit, waarbij nadrukkelijker wordt gekeken naar de relatie met de beroepsgronden en toepassing van afdeling 3.4 Awb. Ook wordt voorgesteld de kring van beroepsgerechtigden consequent te beperken tot degenen die door het besluit in een nadeliger positie zijn gekomen of die redelijkerwijs niet kunnen worden verweten dat zij tegen het oorspronkelijke besluit geen beroep hebben ingesteld. Bij gecombineerde besluiten wordt aanbevolen geen fictief beroep aan te nemen, maar rechtsbescherming te waarborgen via reëel beroep tegen het gecombineerde besluit.
Voor omgevingsplannen onder de Omgevingswet geldt dat de regelstructuur en geconsolideerde aard van het plan de uitdijende werking van fictief beroep kunnen versterken. Daarom zijn dezelfde aanpassingen en scherpere toetsingen ook hier relevant. Tevens wordt opgemerkt dat artikel 6:19 Awb Pro ook van toepassing kan zijn op besluiten van het college van burgemeester en wethouders indien zij bevoegd zijn via delegatie.
De conclusie sluit af met een samenvatting van de aanbevelingen voor aanpassing van de rechtspraak om rechtsbescherming en effectieve geschilbeslechting te verbeteren en de procedurele complexiteit te beperken.
Uitkomst: De conclusie adviseert aanpassing van de rechtspraak over artikel 6:19 Awb om fictief beroep te beperken tot herstel- en reparatiebesluiten en de kring van beroepsgerechtigden te beperken.