ECLI:NL:RBNHO:2025:1605
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar intrekking openbaarmakingsbesluit gemeente Zaanstad
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Zaanstad om een eerder besluit tot openbaarmaking van e-mails in te trekken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het intrekkingsbesluit volgens hen geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De rechtbank oordeelt echter dat de intrekking van het besluit wel rechtsgevolgen heeft en daarom als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moet worden aangemerkt. Hierdoor was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar onjuist. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, waarbij ook de intrekking betrokken moet worden.
De rechtbank wijst erop dat artikel 6:19 Awb Pro bepaalt dat een bezwaar mede betrekking heeft op besluiten tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen onvoldoende belang hebben. Eiseres heeft aangegeven nog steeds belang te hebben bij een oordeel over het intrekkingsbesluit.
De rechtbank ziet geen reden om zelf een beslissing te nemen of het college op te dragen het gebrek met een bestuurlijke lus te herstellen, omdat het geschil zich tot nu toe beperkte tot de ontvankelijkheid van het bezwaar. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed, aangezien zij geen andere proceskosten heeft gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en beveelt een nieuwe beslissing op het bezwaar binnen zes weken.