Uitspraak
Datum uitspraak: 8 februari 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde op 16 november 2021 hogere grenswaarden vast voor het bestemmingsplan Havenstraatterrein, dat voorziet in de transformatie van het gebied naar een gemengd woon-werkgebied met 500 tot 750 woningen. Diverse appellanten, waaronder The British School of Amsterdam (BSA) en omwonenden, stelden beroep in tegen het plan en de hogere geluidswaarden.
De Raad van State oordeelde dat BSA ontvankelijk is omdat gewijzigde feiten en omstandigheden het redelijk maakten dat zij geen beroep instelde tegen het eerdere plan uit 2018. Omwonenden die te ver van het plangebied wonen werden niet als belanghebbenden aangemerkt en hun beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde inhoudelijk de bezwaren over verkeersveiligheid, parkeergelegenheid, uitzicht, en de procedurele aspecten.
De verkeersstudies werden als voldoende betrouwbaar beoordeeld, waarbij de toename van verkeersbewegingen geen onaanvaardbare problemen oplevert. Parkeerproblemen worden beperkt geacht door de aanwezigheid van ondergrondse parkeervoorzieningen en een parkeernorm voor bezoekers. Het uitzichtverlies werd als onvermijdelijk maar niet onrechtmatig beoordeeld. Ook de procedurele keuze om niet opnieuw afdeling 3.4 Awb te doorlopen werd geaccepteerd omdat het plan geen wezenlijk ander karakter heeft.
De beroepen werden daarom, behalve die van enkele niet-ontvankelijke appellanten, ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan en het besluit hogere geluidswaarden blijven in stand. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan en het besluit hogere geluidswaarden worden grotendeels ongegrond verklaard en het plan blijft van kracht.