Uitspraak
201102668/1/R2, het volgende overwogen:
201102668/1/R2.
Raad van State
De raad van de gemeente Montferland stelde op 25 november 2010 het bestemmingsplan 'Thematische herziening Landbouwontwikkelingsgebied Azewijn' vast en op 29 september 2011 het plan 'Buitengebied', waarin de regeling van het eerste plan integraal werd overgenomen. Stichting Montferland en Oude IJsselstreek (MOOIJ Land) stelde beroep in tegen beide besluiten, stellende dat de plannen leiden tot ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat door de vestiging en uitbreiding van intensieve veehouderijen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan-MER ten onrechte niet was gebaseerd op de maximale planologische mogelijkheden, waardoor milieueffecten onvoldoende waren onderzocht. Tevens was het aantal intensieve veehouderijen in het plan niet begrensd, wat strijd opleverde met het zorgvuldigheidsbeginsel. De wijzigingsvoorwaarden ter bescherming van omwonenden boden onvoldoende rechtszekerheid en objectieve begrenzing.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het plan 'Thematische herziening' niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang, nu dit plan door het nieuwe plan 'Buitengebied' was vervangen. Het beroep tegen het plan 'Buitengebied' werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor de relevante artikelen die betrekking hebben op het landbouwontwikkelingsgebied Azewijn. De raad werd tevens verplicht het betaalde griffierecht aan Stichting MOOIJ Land te vergoeden.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Buitengebied wordt vernietigd voor zover het de vestiging en uitbreiding van intensieve veehouderijen in het LOG Azewijn betreft.