Uitspraak
Datum uitspraak: 14 december 2022
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
De gemeenteraad van Rijssen-Holten stelde op 24 juni 2021 het 'Chw Omgevingsplan buitengebied Rijssen-Holten' vast, een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op basis van de Crisis- en herstelwet. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit plan, met bezwaren over onder meer de toepassing van de rood-voor-rood regeling, de planregels voor bedrijfswoningen, de bescherming van een watergang en beplanting nabij hun percelen, en de bestemming van een woning als bedrijfswoning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen inhoudelijk beoordeeld. Zo werd het beroep van appellant sub 1 over de compensatiewoning ongegrond verklaard, mede omdat een vergelijkbaar beroep reeds ongegrond was verklaard. Het beroep van appellant sub 2 over het gebruiksrecht van een bedrijfswoning werd verworpen omdat de raad het begrip 'objectgebonden overgangsrecht' correct toepaste.
Het beroep van appellant sub 3 werd als pro-forma en te laat ingediend beoordeeld en ongegrond verklaard. De bezwaren van appellanten sub 4A en 4B over de sloot en beplanting werden afgewezen omdat het plan voldoende bescherming biedt en de belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Het beroep van appellant sub 5 over de bestemming van zijn woning als bedrijfswoning werd eveneens ongegrond verklaard, waarbij de raad voldoende motivering gaf waarom een reguliere woonbestemming niet passend is.
De Afdeling concludeert dat het bestemmingsplan zorgvuldig is voorbereid, voldoende gemotiveerd en in overeenstemming met het recht is vastgesteld. De beroepen worden ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan buitengebied Rijssen-Holten worden ongegrond verklaard.