ECLI:NL:RVS:2014:4653
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas wegens onzorgvuldige en onvoldoende gemotiveerde regeling plattelandswoningen en woonbestemmingen
De raad van de gemeente Peel en Maas stelde op 5 februari 2013 het bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' vast, dat later op 5 november 2013 op enkele onderdelen werd gewijzigd (herstelbesluit). Diverse appellanten, waaronder de LLTB en agrarische ondernemers, stelden beroep in tegen dit plan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepen en oordeelde dat het plan op meerdere punten onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was vastgesteld.
In het bijzonder oordeelde de Afdeling dat de bestemming 'Wonen - Plattelandswoning' onjuist was toegepast op voormalige agrarische bedrijfswoningen bij beëindigde landbouwbedrijven, terwijl de wettelijke regeling (artikel 1.1a Wabo) niet van toepassing is in die situatie. Hierdoor werden deze woningen onterecht beschermd tegen milieuhinder van omliggende agrarische bedrijven, wat de bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden van deze bedrijven onaanvaardbaar beperkt. Ook de regeling voor derdenbewoning van bedrijfswoningen bij bestaande agrarische bedrijven was onvoldoende onderbouwd, met een te ruime definitie van 'bedrijfswoning' en gebrek aan maatwerk.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de raad onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd of de woonbestemmingen en uitbreidingen van woonbebouwing in de nabijheid van agrarische bedrijven in overeenstemming waren met een goede ruimtelijke ordening. Diverse appellanten kregen gelijk in hun betogen dat het plan onvoldoende rekening hield met het woon- en leefklimaat en de belangen van agrarische bedrijven.
De Afdeling vernietigde daarom meerdere onderdelen van het bestemmingsplan, waaronder de regeling voor plattelandswoningen, de definitie van bedrijfswoning, de aanduidingen voor maximaal aantal wooneenheden, en bepaalde bouwvlakken. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verschillende appellanten. Op enkele punten werd het beroep ingetrokken of niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en goed gemotiveerde ruimtelijke plannen die recht doen aan de belangen van zowel bewoners als agrarische bedrijven, en de juiste toepassing van wettelijke bepalingen zoals de Wabo en de Wet geurhinder en veehouderij.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is op meerdere onderdelen vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten, met name omtrent plattelandswoningen en woonbestemmingen.