ECLI:NL:RBDHA:2025:11344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De minister had op 17 januari 2025 een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat op 28 januari 2025 werd aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan gelden vanwege systematische tekortkomingen in de Franse opvangvoorzieningen, zoals blijkt uit diverse AIDA-rapporten en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook stelde hij dat de minister de aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens het niet nakomen van internationale verplichtingen door Frankrijk en bijzondere individuele omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling heeft geoordeeld dat de tekortkomingen in Frankrijk niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken die nodig is om het vertrouwensbeginsel te weerleggen. Ook de beperking van opvang bij opvolgende aanvragen is toegestaan onder de Opvangrichtlijn, mits individueel en gemotiveerd. De minister hoefde de aanvraag niet aan zich te trekken en heeft zijn besluit voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.