Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het principale cassatiemiddel
als erfopvolger onder algemene titeldus € 75.000 meer ontvangen uit de erfenis van [betrokkene 1] , zo betoogt de klacht.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de aansprakelijkheid van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor schade geleden door de erfgenaam van een verzekerde, veroorzaakt door onrechtmatige indicatiebesluiten die leidden tot een te laag toegekend persoonsgebonden budget (pgb).
De verzekerde, die na een operatie ernstig beperkt was, ontving een pgb op basis van indicatiebesluiten van CIZ. Na vernietiging van deze besluiten door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) werd het pgb verhoogd, maar het zorgkantoor betaalde dit niet uit vanwege het ontbreken van verantwoording over de besteding. De erfgenaam vorderde schadevergoeding van CIZ wegens misgelopen pgb.
De rechtbank kende een beperkte schadevergoeding toe, het hof vernietigde dit en stelde de schade op €150.000 vast, waarbij het hof aannam dat het zorgkantoor bij rechtmatige indicatie een groot deel van het pgb zou hebben uitgekeerd en dat de erfgenaam aannemelijk had gemaakt zorg te hebben verleend. De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde dat CIZ aansprakelijk is voor de schade, dat de civiele rechter zich moet aansluiten bij de bestuursrechtelijke rechtspraak van de CRvB en dat de erfgenaam niet aan de strikte verantwoordingsnormen van het zorgkantoor hoeft te voldoen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid CIZ en toewijzing schadevergoeding van €150.000 aan erfgenaam wegens onrechtmatige indicatiebesluiten.